Stratenus, Louise Antoinette (1852-1908)

 
English | Nederlands

STRATENUS, Louise Antoinette (geb. Zeist 3-8-1852 – gest. Princenhage 20-3-1908), schrijfster. Dochter van Hendrik Jacob Stratenus (1825-1856), rentenier, en Henriëtte Jacqueline Schadée van der Does (1831-1920). Louise Stratenus bleef ongehuwd.

Louise Stratenus groeide op in een adellijk, Nederlands-hervormd milieu, als oudste van vier dochters. In haar jeugd kwam ze veel met de dood in aanraking: haar vader kwam in 1856 om het leven bij een ongeluk met een rijtuig, het zusje dat na zijn dood werd geboren, leefde maar twintig maanden en haar zusje Henriette stierf op haar dertiende jaar (1868). Louises moeder hertrouwde in 1860 met jonkheer Henri George Ferdinand Leyssius, kapitein van het regiment grenadiers en jagers. Uit dit huwelijk werd nog een halfzusje geboren. Louise gold als bijzonder intelligent. Op zevenjarige leeftijd vertaalde ze al het kinderboek L'île colibri, en toen ze als twaalfjarige een toneelstuk in vijf bedrijven instuurde naar een uitgever, kreeg ze een aanmoedigingsbrief terug. In familiekringen gold ze als een genie. Later zou nicht Henriette (1872-1957), dochter van zus Anna Bénine (1853-1929), allerlei biografische gegevens over haar geniale tante vastleggen in een schriftje.

Vanwege de legerverplaatsingen van de stiefvader verhuisde het gezin veel. In 1870 woonde Louise Stratenus in Middelburg, waar ze zich inzette voor het Rode Kruis en met lieve briefjes beroemde en vermogende landgenoten, onder wie de bekende tekenaar Alexander VerHuell, probeerde te verleiden tot financiële ondersteuning. Op de huwelijksmarkt was Louise als mooi, gefortuneerd meisje van adel een aantrekkelijke kandidaat. In 1871 stond nog maar weinig een huwelijk met jonkheer Charles van der Borch Van Verwolde in de weg, maar onenigheid tussen de wederzijdse ouders doorkruiste op het laatste moment de huwelijksplannen.

Broodschrijfster

In 1876 vestigde het gezin zich in Breda. Louise Stratenus was inmiddels 24 jaar oud, had literaire ambities en woonde als ongehuwde dochter noodgedwongen nog thuis. Begin dat jaar debuteerde ze onder het pseudoniem Louise met de dichtbundel Noordsche bloemen. Vanaf die tijd ontwikkelde ze zich in, maar ook buiten Breda als dichteres en voordraagster met sterallures. Ze trad op als spreekster voor goede doelen en was voor velen het redelijk alternatief van de vechtlustige feministe Mina Kruseman. Naar aanleiding van het verschijnen van Noordsche bloemen intensiveerde de briefwisseling tussen Stratenus en de dertig jaar oudere VerHuell zich tot hartstocht. De door haar ontvangen brieven verbrandde zij toen heftige koortsen haar eind 1876 bezochten en zij vreesde voor postume ontdekking van de correspondentie. Zij herstelde echter en in 1877 vereerde de Bredase rederijkerskamer Vreugdendal haar met het erelidmaatschap.

Louise Stratenus liep tegen de dertig toen ze zich in 1880 zelfstandig in Arnhem vestigde. Ze werd er hoofdredacteur van het tijdschrift Vrouwenbibliotheek. Hoewel VerHuell met het rijzen van haar ster steeds meer vervuld was geraakt van een vorm van jaloezie, bleven ze contact houden. Ze legden visites bij elkaar af, en ter voorkoming van roddelpraatjes liet Stratenus zich daarbij vergezellen door haar vriendin Corry gravin van Limburg Stirum en wat later door een andere vriendin, Catharina Alberdingk Thijm, de dochter van de katholieke emancipator Jozef Alberdingk Thijm.

In november 1881 werd Stratenus failliet verklaard. Had zij op te grote voet geleefd? Volgens Catharina Thijm en haar familie was het allemaal de schuld van Corry van Limburg Stirum, die haar vriendin op kosten had gejaagd. Stratenus wist de openbare verkoop van haar bezittingen te ontlopen, brak met haar familie en vertrok met Catharina Thijm naar Londen. Onder invloed van Thijm bekeerde ze zich tot het katholicisme – in januari 1882 ontving zij het doopsel. Voor haar eigen familie was dit een grote schok, voor de familie Thijm hoorde ze nu bij hen: Catharina’s broer, later bekend als Lodewijk van Deyssel, bleef zijn nieuwe ‘zusje’ bestoken met gedichten. Stratenus probeerde ook in Engeland van de pen te leven. Ze schreef veel en deed mee aan een prijsvraag voor een nieuw Nederlands volkslied. Voor haar inzending ‘Volkslied’, met de openingsregel ‘Waar golf op golf’, ontving ze een onderscheiding. Dat alles leverde een bescheiden, maar onzeker inkomen op. In 1883 verhuisden Louise Stratenus en Catharina Thijm naar Parijs, in 1888 vestigden zij zich als kostdames in een klooster in de Wetstraat in Brussel. Thijm redigeerde er een tijdschrift voor jonge meisjes, Stratenus schreef gemiddeld twee romans per jaar en vertaalde daarbij uit het Frans, Engels en Duits. Haar romans werden uitgegeven, verkocht en gelezen – vooral door vrouwen – maar ze brachten haar geen literair aanzien en werden zelden herdrukt.

Tussen Louise Stratenus en Catharina Thijm ontstond na verloop van tijd onenigheid. In 1892 publiceerde Thijm de sleutelroman Verwoest Leven, waarin ze haar vriendin opvoerde als Adrienne van Tak. Begin 1893 leek de vriendschapsband hersteld, maar een jaar later kwam er een definitief einde aan. Ook Stratenus’ enthousiasme voor het katholicisme was intussen verdampt. Ze sloot zich aan bij het Leger des Heils en vestigde zich in 1896 in Stockholm, als gouvernante van de dochter van het echtpaar Oliphant-Schoch, hoge officieren in het Leger. Na de dood van haar stiefvader (1901) keerde ze terug naar Nederland om in Princenhage (bij Breda) voor haar moeder en halfzusje Mimi te zorgen. Een hersentumor trof haar in 1907. Op 20 maart 1908 stierf Louise Stratenus op 55-jarige leeftijd. Ze werd begraven in het familiegraf op begraafplaats Haagveld in Princenhage.

Reputatie

Louise Stratenus was een broodschrijfster. Tussen 1876 en 1905 publiceerde ze meer dan vijftig zelfstandige titels. Daarnaast vertaalde ze op zijn minst tien titels, waaronder Opvoeding der vrouw (1891), en schreef ze bijdragen aan diverse tijdschriften, waarvoor ze meer dan veertig (!) pseudoniemen gebruikte. Haar romans maakten weinig indruk en raakten soms al kort na verschijnen in de vergetelheid. Toch geniet ze de laatste tijd hernieuwde belangstelling. Nadat er in 1992 een Cahier Bredase Letteren aan haar werd gewijd heeft het Princenhaags Museum enkele keren aandacht gevraagd voor de kleurrijke vrouw die Louise Stratenus geweest moet zijn. In 1986 is in Breda een straat naar haar genoemd. Letterkundige Nannie van Berkum werkt aan een biografie van Louise Stratenus: Louise Stratenus, een schrijvende freule.

Naslagwerken

Frederiks/Van den Branden; Nederland’s adelsboek; Nederland’s Patriciaat; NNBW.

Archivalia

  • Literatuurmuseum, Den Haag: niet nader gecatalogiseerde archivalia, brieven van en aan Louise Stratenus, overige documenten.
  • Gemeentearchief Arnhem: Collectie VerHuell.

Publicaties

De website Schrijversinfo.nl bevat een onvolledig overzicht van het werk van Louise Stratenus [URL http://www.schrijversinfo.nl/stratenuslouise.html; geraadpleegd 3-9-2017].

Literatuur

  • H.H. Roëll, ‘Het geslacht Stratenus’, De Nederlandsche Leeuw 20 (1902) kol. 81-88, 144.
  • Jan Bervoets, ‘Een platonische verhouding in de negentiende eeuw: Alexander Ver Huell en Louise Stratenus’, Arnhem de Genoeglijkste 18 (1988) 154-172.
  • Thera Boon-Corthals, Toon van Miert en Frans Wetzels red., Louise Stratenus 1852-1908. Een negentiende-eeuwse schrijfster in de ban van het pseudoniem (Breda 1992).
  • Harry G.M. Prick, In de zekerheid van eigen heerlijkheid. Het leven van Lodewijk van Deyssel tot 1890 (Amsterdam 1997).
  • Nannie van Berkum, Louise Stratenus, een schrijvende freule (Breda 2018) [nog te verschijnen].

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Peter Altena

 

laatst gewijzigd: 28/09/2017