Stuers, Suzanna Coralie Lucipara de (1906-2002)

 
English | Nederlands

STUERS, Suzanna Coralie Lucipara de, vooral bekend als Cora Vreede-de Stuers (geb. Bodegraven 29-11-1909 – gest. Baarn 11-12-2002), antropologe. Dochter van Eugène de Stuers (1879-1940), fabrieksdirecteur, en Susanna Teding van Berkhout (1881-1961). Cora de Stuers trouwde op 1-12-1933 in Den Haag met Frans Vreede (1894-1975), taalkundige. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Cora de Stuers stamde uit een in 1813 door Napoleon geadeld Zuid-Nederlands geslacht. De naam Lucipara verwijst naar haar familiewapen, waarop het gelijknamige Indonesische eilandje is afgebeeld. Cora had één oudere broer. Van 1928 tot 1935 studeerde ze in Parijs: kunstgeschiedenis, iconografie en volkenkunde aan de Sorbonne en klassiek Maleis aan de École Nationale des Langues Orientales Vivantes. Vanaf 1932 had ze een baan in de bibliotheek van het Nederlands Studiecentrum van de Sorbonne. Ze kreeg een relatie met dr. Frans Vreede, de gehuwde directeur van het centrum. In december 1933, ruim drie maanden nadat Vreede was gescheiden van Maria Catharina Johanna Boissevain, trouwde ze met hem.

Indonesische documentatie

De loopbaan van haar echtgenoot bracht Cora Vreede-de Stuers vanaf 1936 naar Egypte, Brits- en Nederlands-Indië. Een dag na hun aankomst in Batavia viel Japan de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbor aan en een jaar later werd Nederlands-Indië bezet. Cora Vreede-de Stuers en haar man werden beiden geïnterneerd – ze kwamen in twee verschillende Japanse kampen terecht. Bij hun bevrijding waren ze zo verzwakt dat ze in april 1946 per hospitaalschip werden gerepatrieerd. Na hun herstel keerden ze terug naar Batavia. Vreede-de Stuers werd er in 1947 tijdelijk hoofd van de Openbare Leeszaal Batavia en hoofd van de systematische catalogus van de Centrale Bibliotheek Indië, waarvoor ze ook een afdeling Culturele Documentatie opzette. In januari 1948 werd ze tevens bibliothecaresse van het Koninklijk Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, volgens eigen zeggen als eerste vrouw.

Na voor ziekteverlof een tijd in Nederland te zijn geweest kreeg Vreede-de Stuers in 1951 van de Indonesische regering de opdracht een opleiding voor wetenschappelijke bibliothecarissen op te zetten. Ze werd zelf de eerste directeur van deze opleiding, en was daarnaast – tot 1955 – hoofdbibliothecaris van het museum en de faculteiten van de Universitas Indonesia. In deze functie leerde zij enkele vooraanstaande vrouwen uit de Indonesische vrouwenbeweging van nabij kennen. Hierdoor geïnspireerd begon ze aan een onderzoek naar de Indonesische vrouwenstrijd, waarop ze in 1957 aan de Sorbonne promoveerde. In hetzelfde jaar keerden zij en haar man, die in de voorafgaande jaren hoogleraar Franse taal- en letterkunde in Jakarta was geweest, naar Nederland terug.

Moslimvrouwen

Wim Wertheim, hoogleraar moderne geschiedenis en sociologie van Zuidoost-Azië, bezorgde Vreede-de Stuers in 1959 een tijdelijke aanstelling aan de Universiteit van Amsterdam. Met een beurs van de Parijse École Pratique des Hautes Études deed ze in 1960 veldonderzoek onder moslimvrouwen in Noord-India, waarover ze in 1968 haar boek Parda, a study of Muslim women’s life in Northern India publiceerde. In de tussentijd schreef ze onder meer over de hindoecultuur en over Raden Adjeng Kartini, de Javaanse voorvechtster voor meisjesonderwijs. In 1965 uitte ze kritiek op de Kartini-biografie van de Indonesische romanschrijver en essayist Pramoedya Ananta Toer uit 1962.

Van 1969 tot haar pensionering in 1973 was Vreede-de Stuers lector in de culturele antropologie en sociologie van Zuid- en Zuidoost-Azië aan de Universiteit van Amsterdam. Begin 1971 werkte ze ook enige tijd aan het Department of Anthropology en University College for Women van de universiteit van Koeweit. In hetzelfde jaar redigeerde ze een feestbundel met sociologische opstellen voor Wertheim, die toen 25 jaar hoogleraar was.

Na haar pensionering bleef Cora Vreede-de Stuers nog lang actief op haar vakgebied. Voor het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk deed ze beleidsonderzoek naar migrantenvrouwen en –kinderen en voor de bibliotheek van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (nu: Atria) ontwierp ze in 1974 een plaatsingssysteem. Vreede-de Stuers, sinds 1975 weduwe, bleef wetenschappelijk actief. Zo stelde ze in 1985 een bibliografie samen van het werk van Johanna Naber en publiceerde ze in 1996 een artikel over de Indische jaren van haar voormoeder Adriana de Stuers-de Kock. Haar laatste jaren woonde ze in een serviceflat in Baarn. Daar stierf Cora Vreede-de Stuers op 11 december 2002, in de ouderdom van 93 jaar.

Reputatie

Joke Schrijvers, hoogleraar ontwikkelingsvraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam, herdacht Cora Vreede-de Stuers als een feministisch antropologe met een ‘intense belangstelling voor het leven van vrouwen, in andere culturen en in haar eigen samenleving’ (NRC, 16-12-2002). Ook in Indonesië bleef haar werk in de belangstelling. In 2008 kwam in Depok (bij Jakarta) de postume vertaling van haar proefschrift uit: Sejarah perampuan Indonesia, gerakan & pecapaian.

Naslagwerken

Atria; Nederland’s Adelsboek.

Archivalia

  • Atria, Amsterdam: archief Suzanna Coralie Lucipara Vreede-de Stuers.
  • Universiteitsbibliotheek, Leiden: collectie Cora Vreede-de Stuers [over Kartini].

Publicaties

  • L’émancipation de la femme indonésienne (1957, handelsedities Den Haag 1959 en 1960, Depok 2008).
  • De Hindoese vrouw en moeder (Amsterdam 1962).
  • De Hindoe-maatschappij in beweging 1 (Amsterdam 1962).
  • De Hindoe-maatschappij in overgang (Amsterdam 1965).
  • ‘Kartini. Feiten en ficties’, Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 121 (1965) 233-244.
  • Parda, a study of Muslim women’s life in Northern India (Assen 1968).
  • ‘Een nationale heldin: R.A. Kartini’, Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 124 (1968) 386-393.
  • Girl students in Jaipur. A study in attitudes towards family life, marriage, and career (Assen 1970)
  • De vrouw onder de buitenlandse werknemers. Een beschrijvende bibliografie (Rijswijk 1970).
  • ‘Adriana, een kroniek van haar Indische jaren, 1809-1840’, Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 152 (1996) 74-108.

Literatuur

  • Attie Hessels-Zijp en Harmke van Rossen, ‘Cora Vreede-de Stuers, een feministische antropologe avant la lettre’, Nieuwsbrief Landelijk Overleg Vrouwenstudies in de Antropologie 11(1990) nr. 2, 40-44.
  • Joke Schrijvers, ‘Feministisch antropologe’, NRC-Handelsblad (16-12-2002).

Illustratie

Cora Vreede-de Stuers, door onbekende fotograaf, 1946 (Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis).

Auteur: Annette Mevis

laatst gewijzigd: 02/03/2017