Stumpff, Johanna (1873-1964)

 
English | Nederlands

STUMPFF, Johanna, vooral bekend als Jo Bauer-Stumpff (geb. Amsterdam 22-3-1873 – gest. Amsterdam 19-12-1964), schilderes, aquarelliste, tekenlerares. Dochter van Willem Stumpff (1826-1912), dirigent en zakelijk leider van het Parkorkest, en Anna Catharina Margaretha Klinkert (1839-1927). Johanna Stumpff trouwde op 7-8-1902 in Amsterdam met Marie Alexander Jacques Bauer (1867 - 1932), schilder en etser. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Jo Stumpff werd geboren in een muzikale familie. Haar vader, dirigent en zakelijk leider bij verschillende culturele instellingen (Parkorkest, directeur Koninklijke Vereniging Nederlands toneel, administrateur Concertgebouw) was een bekende persoonlijkheid in cultureel Amsterdam. Jo had vier oudere zussen en twee oudere broers. In haar jeugd woonde ze eerst aan de Plantage Kerklaan en later in de Leidsestraat. Hoewel ook Jo zeer muzikaal was, koos ze na de hbs voor de Rijksnormaalschool voor teekenonderwijzers. Ze haalde er haar lo- en mo-akte en ontving bij haar afstuderen in 1894 een gratificatie van honderd gulden. Van 1894 tot 1900 bezocht ze de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam – August Allebé was daar haar belangrijkste leraar. Op de academie sloot Jo Stumpff vriendschap met onder anderen Marie van Regteren Altena, Coba Ritsema en Lizzy Ansingh. Omstreeks 1897 gaf ze enkele jaren tekenles op de Dagtekenschool voor Meisjes.

Na het verlaten van de academie had Stumpff korte tijd een atelier op de Herengracht, maar al snel betrok ze een atelier aan het Singel, naast dat van Coba Ritsema. In 1901 werkte zij korte tijd op de Académie Julian in Parijs, waar het haar niet beviel: ‘‘t Is er vol – klein – warm en vooral leelijk’ (gecit. Klarenbeek, 88). Ze schilderde in deze tijd modelstudies, maar bijvoorbeeld ook poldergezichten in de stijl van de Haagse School. In 1901 was er een naaktstudie van haar hand te zien bij kunstenaarsvereniging St. Lucas. Dit was de eerste en voorlopig laatste tentoonstelling waaraan zij deelnam.

Huwelijk

In februari 1901 leerde Jo Bauer tijdens de voorbereidingen voor een tableau vivant ter gelegenheid van het huwelijk van koningin Wilhelmina en prins Hendrik de schilder-etser Marius Bauer kennen. Een jaar later trouwden zij. Het paar vestigde zich in Bauers villa Stamboel in Aerdenhout. Bauer-Stumpff bleef daarna nog ongeveer een jaar werken, maar stopte toen met tekenen en schilderen, ‘om zich geheel te kunnen wijden aan de zorg voor haar man en aan de plichten van de huisvrouw’ (N.H.W[olf] 1935). Ook nam zij de zaken voor Bauer waar. Ze vernietigde bijna al haar eigen werk. Het echtpaar maakte reizen naar onder andere Spanje, Algerije, Marokko, Thailand, India en Nederlands-Indië.

In 1916 verhuisden Jo Bauer-Stumpff en haar man van Aerdenhout naar de Oranje Nassaulaan in Amsterdam. Hier gingen ze om met onder anderen de schilders Georg Rueter, Willem Witsen en Isaac Israëls, maar ook met de academievriendinnen van Bauer-Stumpff, met wie zij steeds contact had gehouden. In 1921 verbleven Bauer-Stumpff en haar man een aantal maanden in Parijs. Tijdens een verblijf op Java, midden jaren twintig, pakte Bauer-Stumpff voorzichtig het tekenen weer op. Zij maakte in die tijd vooral portretjes in aquarel en pastel, met name van haar man.

Carrière hervat

Na de dood van Marius Bauer in 1932 begon Jo Bauer-Stumpff ook weer te schilderen, met een grote gedrevenheid. Zelf zou ze gezegd hebben, toen ze eens een uitnodiging weigerde: ‘Ik blijf aan m’n werk. Dertig jaar van mijn leven heb ik aan hem (Marius Bauer) en zijn belangen geofferd, en met plezier, maar sinds hij gestorven is, ben ik weer tot mijn eigen werk teruggekeerd en sta geen tijd meer af’ (gecit. Kelk 2013). Wel beheerde de schilderes, die wordt omschreven als een echte zakenvrouw, nog de nalatenschap van haar man. Soms verkocht ze een van zijn werken.

In 1935 had Bauer-Stumpff haar eerste solo-expositie bij kunstzaal Frans Buffa in Amsterdam. Ze toonde hier vooral stillevens, bloemstukken en portretten. Bij die gelegenheid werd ze ‘een smaakvol coloriste, in impressionistische trant’ genoemd, wier portretten ook van psychologisch inzicht getuigden (Engelman 1936). Pas toen ze zelf weer schilderde en exposeerde, werd Bauer-Stumpff gerekend tot de Amsterdamse Joffers, zoals haar academievriendinnen inmiddels werden genoemd. De Joffers trokken veelvuldig samen op, zowel bij artistieke als bij sociale activiteiten. Bauer-Stumpff werd lid van Arti & Amicitiae en na de oorlog van de Hollandsche Aquarellistenkring. Slechts een maal maakte ze nog een verre reis: in 1937 was zij in Midden-Amerika en de Verenigde Staten, waar ze zelfs vanuit de trein het landschap schilderde.

Na de dood van haar man verhuisde Jo Bauer-Stumpff naar flatgebouw Westhove in de De Lairessestraat. In tegenstelling tot wat wel geschreven is, was dat waarschijnlijk al voor de oorlog. Dit blijkt uit de woorden van schrijver C.J. Kelk, die memoreert dat hij bij haar ‘in de “miljonairs-flat” bij het Amsterdams Lyceum’ een vleugel zag staan die later verdwenen was. Toen hij vervolgens naar het instrument vroeg, liet Bauer-Stumpff hem weten dat ze hem ‘in de oorlog [had] opgegeten’ (Kelk 2013). Bauer-Stumpff richtte haar flat in met werken van Bauer en souvenirs van hun reizen, maar ook met het werk van jonge kunstenaars die ze financieel wilde ondersteunen. In Westhove woonde ook Joffer Betsy Westendorp-Osieck.

In 1952 ontving Jo Bauer-Stumpff een gouden medaille van Arti & Amicitiae voor haar oeuvre. Zij bleef steeds werken in een laat-impressionistische stijl, maar wist zich, zoals een recensent in 1960 vaststelde, ‘op hoge leeftijd nog te vernieuwen, gezien haar palet, dat steeds lichter en kleurrijker wordt’(De Telegraaf , 8-4-1960). Zij stopte pas met werken toen zij boven de negentig kwam en fysiek en geestelijk achteruitging.

Persoonlijkheid

In haar jonge jaren was Jo Bauer-Stumpff volgens haar vriendin Lizzy Ansingh elegant, modieus gekleed en gedecideerd in haar optreden. Een achternichtje noemt haar ‘een grande dame, zelfbewust, neerbuigend en vriendelijk’ (gecit. De Bruyn Kops en De Mol van Otterloo 2005, 23), maar zij wordt ook wel omschreven als afstandelijk en niet gemakkelijk in de omgang. Ze had een grote belangstelling voor muziek en poëzie, waarover zij graag discussieerde. Ze was kritisch over haar eigen werk. Waarschijnlijk was dat de reden dat zij in de jaren voor haar dood opnieuw een deel van haar werk vernietigde. Jo Bauer-Stumpff stierf op 19 december 1964, in de ouderdom van 91 jaar.

Naslagwerken

Jacobs (2000); RKD; Saur; Scheen; Waller.

Archivalia

  • Amsterdam, Stadsarchief: BS (huwelijk); Bevolkingsregisters 1874-1893; Gezinskaart W. Stumpff; Gezinskaart M. Bauer.
  • Rijksprentenkabinet, Amsterdam: collectie A. Allebé (brief van Stumpff aan Allebé, d.d. 11-6-1901).
  • RKD, Den Haag: Archief Marius Bauer en familie (o.a. brieven en dagboek reis Amerika); Collectie Oscar Mendlik [over contacten van Mendlik en zijn vrouw met het echtpaar Bauer-Stumpff in Aerdenhout]; PDO.
  • Noord-Hollands Archief, Haarlem: Studentenregisters van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam.

Werk

Werk van Stumpff bevindt zich onder andere in: Rijksprentenkabinet, Amsterdam; Amsterdam Museum; Instituut Collectie Nederland; Singermuseum, Laren.

Zie ook RKD.

Literatuur

  • ‘Normaalschool voor teekenonderwijzers’, Het Nieuws van den Dag, 12-7-1894.
  • ‘Jeugdherinneringen. Bauer’, Algemeen Handelsblad, 13-11-1932.
  • N.H.W[olf], ‘Jo Bauer-Stumpff’, De Kunst 27 (1935) 198.
  • Jan Engelman, ‘Schilderijen van J. Bauer-Stumpff’, De Tijd, 4-1-1936.
  • H.H. van Calker, ‘Jo Bauer-Stumpff’, Schilders van heden en morgen. In het Atelier van den Schilder, bezoeken bij Nederlandsche beeldende kunstenaars van dezen tijd, dl. I (Amsterdam [1941]) 246-251.
  • Johan H. van Eikeren, De Amsterdamse joffers. Maria E. van Regteren Altena, Ans van den Berg, Jo Bauer-Stumpff, Nelly Bodenheim, Lizzy Ansingh, Coba Ritsema, Coba Surie, Betsie Westendorp-Osieck (Bussum 1947) 11-13.
  • Hans Engelman, ‘Amsterdamse Joffer werd 85 jaar’, De Telegraaf, 25-3-1958.
  • ‘Tekenaars en grafici bepalen Contour 1960’, De Telegraaf, 8-4-1960.
  • Openbare verkoping omvattende o.a. de nalatenschap van mevrouw J. Bauer-Stumpff (…) (Amsterdam1964) [Kunstveiling S.J. Mak van Waay/H.S. Nienhuis, 13/14-4-1964
  • Maaike Braat, ‘Jo Bauer hield van die felle kleuren’, Algemeen Handelsblad, 12-1-1965.
  • Adriaan Venema, De Amsterdamse Joffers (Baarn 1977) 51-61, 152.
  • Marie-Anne Coebergh-Van der Marck, De Bauers in Aerdenhout (Wassenaar 2000).
  • Floor de Bruyn Kops en Hetty de Mol van Otterloo, ‘Herinneringen van een achternichtje uit Kennemerland’, Ons Bloemendaal, 29-1-2005, 22-23.
  • André Kraayenga, Marius Bauer (1867-1932). Oogstrelend Oosters (Zwolle 2007) passim.
  • Hanna Klarenbeek, Penseelprinsessen & broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913 (Bussum 2012) 88, 96, 206, 207.
  • C.J. Kelk, Wie ik tegenkwam (Amsterdam 2013) 51.
  • ‘Johanna Stumpff’ [URL: http://www.artindex.nl/noordholland/default.asp?id=6&num=0375900087011050063070117007880900501171&in=stumpff, geraadpleegd 13-12-2015].

Illustratie

  • Jo Bauer-Stumpff, door Ben van Meerendonk, 1953 (Stichting IISG/Stadsarchief Amsterdam).
  • Jo Bauer-Stumpff, Interieur met hond, voor 1937 (Museum Singer Laren).

Auteur: Marloes Huiskamp

laatst gewijzigd: 02/10/2017

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.