Wely, Bramine Eelcoline Marie van (1924-2007)

 
English | Nederlands

WELY, Bramine Eelcoline Marie (geb. Medan, Nederlands-Indië 22-10-1924 – gest. Den Haag 14-3-2007), illustratrice. Dochter van Jacques van Wely (1892-1949), ingenieur, en Maria Elisabeth van der Valk (1901-1990). Babs van Wely bleef ongetrouwd.

Babs van Wely werd geboren in Medan, waar haar vader werkzaam was als ingenieur bij de Spoor- en Tramwegen. Ze had een jongere zus Danja (1926) en broer Allard (1928). In haar vroege jeugd woonde het gezin afwisselend in Nederlands-Indië en in Nederland. Als kind tekende ze veel, wellicht daarbij geïnspireerd door de illustraties van de Britse Arthur Rackham en de Franse Edmund Dulac in de boeken die haar moeder haar liet lezen.

Na de lagere school zat Babs op het lyceum in Bandoeng en vervolgens de hbs in Soerabaja. De school kon ze niet afmaken doordat de oorlog uitbrak en het gezin naar een Japans interneringskamp moest, in Bandoeng en later in Banjoebiroe. Daar begon ze tekeningen voor kinderen te maken. Ook legde ze haar impressies van het kampleven vast in een tekendagboek. In het kamp werkte ze voor het eindexamen hbs-b, op grond waarvan haar in maart 1946, ruim een half jaar na de bevrijding uit het kamp, een zogenoemd nooddiploma werd verstrekt door het Departement van Onderwijs en Eeredienst.

Lappenboekjes, collages en illustraties

In juni 1946 vestigde het gezin Van Wely zich in Wassenaar. Babs volgde vijf jaar lang lessen vrij schilderen aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Haar docent Willem Roozendaal stimuleerde haar zich te ontwikkelen in de grafische richting. In 1951 voltooide ze haar opleiding, waarna ze een jaar als au-pair in Engeland verbleef. Vervolgens werkte ze drie jaar bij reclamebureau Studio Flem in Den Haag. Deze baan combineerde ze met freelance werk als illustratrice. Later legde ze zich helemaal toe op freelance opdrachten. Zo verzorgde ze illustraties op de vrouwenpagina en de kinderpagina van Televisier en voor de rubriek ‘De Winkel van Sinkel’ in De Linie. Vanaf 1954 tot 1965 nam ze deel aan kunstnijverheidstentoonstellingen in kunstzaal Plaats te Den Haag, waarvoor ze onder meer lappenboekjes voor kinderen, kinderwandlappen en collages maakte.

In juni 1955 verhuisde Babs van Wely naar de Jan Nassaustraat in Den Haag. Een jaar later kreeg ze van uitgeverij Holland een opdracht voor het illustreren van het kinderboek De jacht op de rode ponnie (1956) van Mies Bouhuys. Hierna bleef ze voor deze uitgeverij werken – ze illustreerde onder meer boeken van Hans Andreus en Paul Biegel. Ze werkte vooral met pen en Oost-Indische inkt, vaak gecombineerd met technieken als gewassen inkt en krijt. Ook gebruikte ze gras, bloemen en bladeren, die ze beïnkte en op papier afdrukte. Over het algemeen zijn de figuren het belangrijkste in haar tekeningen. Om die de juiste uitdrukking te kunnen geven maakte ze gebruik van observaties. ‘Ik heb veel getrouwde vriendinnen met kinderen en als ik een typetje nodig heb, ga ik een eindje wandelen. Dan zie ik er weer een. Ook op het strand kijk ik eindeloos naar kinderen, bestudeer ik de houdingen en schets de uitdrukking op een gezichtje. Dikwijls ook wordt het een kindje dat ik zelf verzin’ (Algemeen Handelsblad, 3-11-1959).

Vanaf 1959 tot 1984 ontwierp Van Wely voor de Stichting Voor het Kind regelmatig kerst- en nieuwjaarskaarten: meestal collages van uiteenlopende materialen. In 1963 illustreerde ze het Kinderboekenweekgeschenk, Vier maal J en Janus van Hans Andreus. Vanaf dat jaar tot 1984 combineerde ze het illustratiewerk met een parttime baan – anderhalve dag per week – als docente aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag; ze gaf onder meer les aan de afdelingen illustratieve en decoratieve vormgeving, textiele vormgeving en vrij schilderen. Intussen was ze lid geworden van de Vereniging van Reclametekenaars en Illustrators en van de Haagse Kunstkring. Bij de Kunstkring deed ze in 1966 mee aan een groepstentoonstelling. Drie jaar later, in 1969, werden haar kinderboekillustraties geëxposeerd op de Bologna Children’s Book Fair. Vanaf dat jaar tot 1973 was ze ook lid van de Grafische Vormgevers Nederland.

Dienstbaar

In de loop der jaren kreeg Babs van Wely steeds meer opdrachten. Zo ontwierp ze in 1971 en 1978 de jaarlijkse kinderpostzegels en in de periode 1974-1979 hoezen voor grammofoonplaten met kinderliedjes. Ook maakte ze veel ontwerpen voor boekomslagen. Naast de uitgeverijen Holland, Van Goor en Kluitman had ze opdrachtgevers als de Rijksoverheid, het Voorlichtingsbureau voor de Voeding en de gemeente Den Haag. Altijd stelde ze haar illustraties in dienst van de tekst: ‘Dat wat je illustraties moet laten doen is: ze laten “meepraten” met het verhaal en ze mogen zéker niet meer vertellen dan er staat’ (Van Wely 1970, 14). Ze verhuisde naar een appartement aan de Savornin Lohmanlaan in Den Haag en kocht een vakantiehuisje aan het Comomeer in Italië waar ze veel tekende.

De boekillustraties van Van Wely werden regelmatig tentoongesteld, onder meer in 1980 bij Boekhandel Lankamp & Brinkman in Amsterdam. Langzamerhand verschoof haar decoratieve tekenstijl naar een meer realistische stijl. Dat was onder meer van belang bij de illustraties die ze maakte voor de boekjes van Jetty Krever voor dove kinderen, Ik ben jarig (1984) en Kom mee naar het bos (1985). Hierin geeft ze de belangrijkste woorden uit de tekst weer in gebarentaal. Deze boekjes waren haar laatste illustratiewerk voor jeugdliteratuur. Ze deed nog enig eenvoudig tekenwerk voor (christelijke) kalenders, maar veel plezier had ze hier niet meer in. Ze deed het vooral voor de inkomsten.

In 2002 verhuisde Babs van Wely naar bejaardentehuis Oldeslo in Den Haag. Na een periode van afnemende gezondheid – ze had een nierziekte – stierf ze hier op 14 maart 2007, in de ouderdom van 82 jaar.

Betekenis

Babs van Wely heeft vooral bekendheid gekregen met haar illustraties voor kinderboeken. Meer dan honderdvijftig titels heeft zij geïllustreerd en/of van een omslagtekening voorzien. Drie hiervan werden bekroond als Kinderboek van het Jaar, en daarbij werden ook haar illustraties geprezen: Sinterklaas en de struikrovers (1958) van Harriet Laurey, Het sleutelkruid (1965) van Paul Biegel en Meester Pompelmoes en de Mompelpoes (1969) van Hans Andreus. Ook anderszins kreeg haar werk ruime waardering. Reinold Kuipers roemt de ‘rijke begaafdheid en de levendigheid’ die haar werk ‘duurzaam’ maakte (Kuipers 1989, 580).

Naslagwerken

Jacobs (2000); Lexicon jeugdliteratuur; Scheen.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: persoonskaart.
  • Literatuurmuseum, Den Haag: collecties W03465 [NG] [o.a. tekendagboek uit kampperiode].

Werk

Een selectie van de door Babs van Wely geïllustreerde boeken:

  • Paul Biegel, Het grote boek (Amsterdam 1962).
  • Harriët Laurey, Hopla, het feestvarken (Amsterdam 1962).
  • Hans Andreus, De verhalen van Meester Pompelmoes (Haarlem 1964).
  • Paul Biegel, Kinderverhalen (Haarlem 1966).
  • Mies Bouhuys, Onder een hoedje (Haarlem 1966).
  • Hans Andreus, De rommeltuin (Haarlem 1970).
  • Dolf Verroen, Kinderversjes (Haarlem 1975).
  • [Aukje Holtrop en Els van der Wal], Voor vrouwen ([Rijswijk] 1981).
  • Ella de Vries-Tijsinger, Ben je belupklupt! (Baarn 1985).
  • Anne Takens, Een kindje erbij (Haarlem 1987).

Literatuur

  • Joke Fehmers, ‘“Sinterklaas en de struikrovers” bracht twee jonge vrouwen in het nieuws: Op bezoek bij Harriët Laurey en Babs van Wely’, Algemeen Handelsblad, 3-11-1959.
  • Ella Goldstein, ‘Babs van Wely’, De vrouw en haar Huis 60 (1966) 782-784.
  • Babs van Wely, ‘Een verhaaltje over illustraties’, Wegwijzer van het Vrouwenkontakt in de Partij van de Arbeid (1970) nr. 6, 13-15.
  • An Rutgers van der Loeff-Basenau, ‘Stemmen van tekenaars’, De druiven zijn zoet. Zeventien stemmen over het kinderboek (Groningen 1976) 142-157.
  • Hannie Leguyt en Maaike Sigar, Staan er plaatjes in. Een overzicht van Nederlandse jeugdboeken-illustraties in de jaren 1950 tot 1980 (Amsterdam 1980).
  • Dolf en Sarah Verroen, Over illustratoren en illustraties (Den Haag 1982) 65-66.
  • Margreet van Wijk-Sluyterman, Van anonieme boekverzorgers tot erkende kunstenaars. Twee eeuwen boekverzorging en illustraties van het Nederlandse jeugdboek (Den Haag 1982) 98-99.
  • Reinold Kuipers, ‘Het gezicht van het kinderboek’, in: Nettie Heimeriks en Willem van Toorn red., De hele Bibelebontse berg. De geschiedenis van het kinderboek in Nederland & Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden (Amsterdam 1989) 580.
  • A. Meinderts, ‘Het Tjipaèrakamp (1943) getekend door Babs van Wely’, Jaarboek Letterkundig Museum 8 (1999) 101-109.
  • Jan van Coillie e.a. red., Encyclopedie van de jeugdliteratuur (Baarn/Groningen 2004) 356.
  • Saskia de Bodt, De verbeelders. Nederlandse boekillustratie in de twintigste eeuw (Nijmegen 2014) 181, 238.
  • Maryvon Stroosnier, ‘Babs van Wely’, Berichten uit de Wereld van het Oude Kinderboek 84 (2015) 9.

Illustraties

  • Babs van Wely met Paul Biegel, door Peter van Zoest, 1965 (ANP Photo).
  • Omslag Paul Biegel, Kinderverhalen (Haarlem 1966).

Auteur: Janneke van der Veer

laatst gewijzigd: 12/07/2017