Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
Samenvatting
5 d. De Europese situatie (zie notulen m.r. 25 juni 1965, punt 5 b en 2 juli 1965, punt 4 b)
Luns. Biesheuvel en De Block hebben een bespreking bijgewoond over de besprekingen in de EEG-raad van eind juni. Uitkomst van deze bespreking was dat Nederland in de crisis in de EEG niet op de voorgrond moet staan. Nederland zal in de komende bijeenkomsten geen harde houding tegenover Frankrijk aannemen. Luns geeft aan dat hij niet op zeer korte termijn een oplossing verwacht voor de crisis binnen de EEG. Besprekingen tussen Luns en zijn Belgische collega Spaak hebben niet tot een conclusie geleid.
Biesheuvel is van mening dat het geen zin heeft om te onderhandelen over nieuwe zaken zonder aanwezigheid van de Fransen. Luns zegt hierop dat het onduidelijk is of er bindende besluiten genomen mogen worden als de stoel van Frankrijk leeg blijft. Vondeling begrijpt dat er zonder de aanwezigheid van de Franse minister geen beslissingen genomen kunnen worden, maar meent ook dat de regeringen van de andere vijf landen zich niet moeten laten intimideren door de Fransen. De Block stelt dat er afspraken zijn gemaakt door de vaste vertegenwoordigers: er wordt een inventarisatie opgesteld van lopende zaken. Deze zaken zullen zonder Franse aanwezigheid worden behandeld, nieuwe zaken zullen niet verder behandeld worden.
De M.R. wordt het erover eens om wel verder te werken aan lopende kwesties, maar om geen besluiten te nemen in nieuwe zaken. Biesheuvel laat hierbij optekenen dat hij een afwijkende mening heeft.
Zie ook