Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
Samenvatting
2c. Bijeenkomst regeringsleiders van de Zes

Voor de bijeenkomst van de regeringsleiders van de Zes op 6 december a.s. heeft Luns een notaatje van Franse zijde ontvangen met daarin een voorstel om over te gaan tot een begin van politieke organisatie tussen de Zes. De volgende punten zouden daarbij aan de orde moeten komen: kwesties in verband met de NAVO, de Zes en de Zeven, het Berlijnse probleem, de situatie in andere delen van de wereld, de culturele samenwerking van de Zes. Luns meent dat de eerste paar onderwerpen in de NAVO-raad aan de orde behoren te komen. De kwesties met betrekking tot de gemeenschappelijke markt van de EEG horen thuis in de ministersbijeenkomst van de EG. De culturele samenwerking lijkt onschuldig, maar dat is het gezien de Franse doelen en strategie niet. Nederland is tegen iedere vorm van politieke institutionalisering. Nederland wordt daarbij gesteund door de Nederlandse en socialistische delegaties in het EP. De ministerraad is het in het bijzonder verbaasd over de voorstellen om te komen tot een culturele samenwerking. Cals meent dat dit te maken heeft met het Franse beleid om Engeland, Oostenrijk, Spanje en de EVA-landen buiten boord te houden. Luns stelt voor om niet op voorhand de Franse voorstellen op dit punt af te wijzen, maar hier aan de voorwaarde te binden dat men Engeland zal uitnodigen en dat de samenwerking zal zijn gebonden aan Brussel.
Zie ook