Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
S02599
25-10-1972
Actoren
Nota
DES
Samenvatting
Ministeriële conferentie in Bonn op 31 oktober 1972.
De Bondsregering heeft de Nederlandse regering uitgenodigd voor een ministeriële conferentie van de negen over de grondslagen van een Europees milieubeleid.
Nederland had in een eerster stadium reeds bedenkingen, omdat het van mening is dat het overleg over milieuvraagstukken i.h.k.v. de Brusselse organen moet plaatsvinden. Bovendien bestaat er geen behoefte aan ministerieel overleg, omdat de ambtelijke voorbereidingen nog niet ver genoeg gevorderd zijn.
Nederland heeft in tweede instantie de Duitsers laten weten vertegenwoordigd te zullen zijn door de ministers Stuyt en Udink en staatssecretaris Westerterp.
De Nederlandse delegatie zou zich in Bonn kunnen laten leiden door de volgende uitgangspunten:
1. Er zal rekening mee moeten worden gehouden dat slechts een algemene oriëntatie aan de werkzaamheden in Brussel kan worden gegeven. De delegatie moet zich onthouden van het innemen van gedetailleerde standpunten op controversiële punten, zoals de competentie van de gemeenschapsorganen.
2. Met het opstellen van een communiqué kan akkoord worden gegaan, mits daarin tot uitdrukking komt dat het overleg in het vervolg in het kader van de Raad zal plaatsvinden. De opvattingen in het communiqué zijn op zijn hoogst aanbevelingen voor de EG-organen, waarin de besluitvorming dient plaats te vinden.
3. Van Nederlandse zijde zal worden gepleit voor periodieke bijeenkomsten van de Raad van Ministers speciaal gewijd aan milieuvraagstukken. Daar zullen ook in het vervolg de beraadslagingen moeten plaatsvinden. Met de instelling van een comité van hoge ambtenaren kan worden ingestemd indien deze ressorteert onder de Raad.
4. Verwezen wordt verder naar het memorandum dat op 18 april 1972 naar de ministerraad werd gezonden.