Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
Samenvatting
Landbouwaspecten van een verdere uitbreiding van de Europese Gemeenschappen.
Sinds de uitbreiding van de EG in 1973 ondervindt het gemeenschappelijk markt- en prijsbeleid steeds meer de weerslag van de uiteenlopende sociaal-economische ontwikkelingen en de verschillen in monetaire stabiliteit tussen de lidstaten. Het spanningsveld tussen agrarische inkomens en marktevenwicht neemt toe, wat de besluitvorming moeilijker maakt, terwijl dit spanningsveld zich ontlaadt in oplopende uitgaven t.b.v. het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In een verder uitgebreide Gemeenschap zullen de verschillen tussen de economisch sterken en zwakken verder toenemen. De grondvoorwaarden voor het juist functioneren van het GLB zullen daardoor steeds minder vervuld worden. Tegelijkertijd zou het markt- en prijsbeleid in toenemende mate ondersteuning behoeven door regionaal en sociaal beleid en een verder uitgebouwd gemeenschappelijk landbouwstructuurbeleid.
Er zou bovendien een belangentegenstelling kunnen ontstaan tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten.