NH 287
1326 maart 31
Den Haag
Graaf Willem III bekleedt Simon Dirksz. van der Burg met het baljuwschap van Rijnland.
A: AGH 243 (klein register Noordholland), f. 58r, nr. 286 (primaire registratie).
B: AGH 242 (groot register Noordholland), f. 45v, nr. 280 (wrs. 1333 okt. 15-dec. 2, naar A).
Opschrift:
Symon Diercx z.
Een streep door het begin van de tekst.
Editie/regest: Van Mieris, ChHZ II, p. 388.
Vgl. nr. ZE 179.
Wi Willema grave etc. maken cont allen luden dat wi Symon Dierixb sone vander Borchc bevolen hebben ende bevelen onse baliuyscap van Rijnlandd te bedriven ende tee verwaren tonser eeren ende tonser orbaer; ende bidden ende ombieden allen onsen goden luden, edelen ende ghemeente, dat si hem onderdanich ende ghehulpich sijn in allen onsen rechte ghelijc ons zelven, gheduerende tonsen wederzegghen.
Ghegheven in die Haghe des manendaghes nae Belokene Paeschen int jaer ons Heren M CCC zesf ende twintichg.
a
Will. AB.
–
b
Dier. A.
–
c
Burch B.
–
d
Rijnl. A; Rinl., vóór de R een half geradeerde b B.
–
e
bedriven ende te boven de regel toegevoegd A.
–
f
z verbeterd uit v A.
–
g
XXVI i.p.v. ons Heren M CCC zes ende twintich B.
Oorkonder: graaf Willem III
Destinataris: Simon Dirksz. van der Burg