Fransche vluchtelingenbeurs
Gegegevens |
|||||||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Naam | Fransche vluchtelingenbeurs | ||||||||||||||||||
Plaats | Leiden | ||||||||||||||||||
Provincie | Zuid-Holland | ||||||||||||||||||
Aard | werklieden | ||||||||||||||||||
Datum | 1699-1833 | ||||||||||||||||||
Jaar van oprichting | 1699 | ||||||||||||||||||
Jaar van opheffing | 1833 | ||||||||||||||||||
Bestaansduur | > 50 jaar | ||||||||||||||||||
Ziekengeld | ja | ||||||||||||||||||
Begrafenisgeld | ja | ||||||||||||||||||
Leden |
|
||||||||||||||||||
Tekst | Fransche vluchtelingenbeurs. 1699-1833. GAL. Verzoek van lakenbereiders en ambachtsgezellen van de Franse vluchtelingen een beurs op te richten wordt 16 nov. 1699 goedgekeurd. (stadsarchief, inv. 93, F. 27 vsº) Reglement 9 juni 1768, geampl. en vernieuwd; ampl. 22 sept. 1768; 16 juli 1810. Opheffing: de registratie in het register van de beurzen loopt tot 1833. Gezindheid: gereformeerd. Voorzieningen: ziekengeld volgens reglement 1810 variërend van ƒ1,50 tot ƒ3,-, afhankelijk van de stand van de kas, maar als minder dan ƒ300 geen ziekengeld; 1 jaar, dan met ƒ6,- afgekocht. 1812 ziekengeld 6Fr.30, maar omdat bus slecht bij kas is slechts 4Fr21 gegeven; 1827 ƒ2,10; begrafenisgeld in 1705 verhoogd van ƒ10 tot ƒ19; volgens reglement 1810 ƒ28; 1827 ƒ30. Leden: reglementair maximum 1768 100; ampl. 1810 110. 1790 100 (22); 1800 100 (31); 1810 100 (28); 1812 100; 1820 80 (24); 1827 65; 1830 52 (20); 1833 43. Contributie: 10 cent; ampl. 1768 als kas minder dan ƒ1000 is 15 cent per sterfgeval, als weduwe dat ook betaalt houdt zij recht op begrafenisgeld; In 1705 was al bepaald, dat vrouwen bij het overlijden van een vrouw 6 stuivers moesten betalen. 1812 10Fr92 en 2Fr25 entree. Bezit: 1790 ƒ886; 1800 ƒ867; 1810 ƒ790; 1820 ƒ688; 1830 ƒ580; 1833 ƒ542. Bijzonderheden: De hoofdlieden zijn verplicht de zieken te bezoeken; bus in bewaring op de baaijhal; bij opname in de armenzorg uit de beurs, maar men krijgt wel een evenredig deel uitgekeerd. In de ampliatie uit 1768 wordt over dit laatste niet meer gesproken, maar wordt bepaald dat dan recht op ziekengeld vervalt, maar recht op begrafenisgeld blijft. Bronnen: Armverslag 1827; S. 118, ±1740- ; enquête 1812; GAL, Stadsarchief. |