Weduwenfonds 'Leydens Troost'
Gegegevens |
|||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Naam | Weduwenfonds 'Leydens Troost' | ||||||||||
Plaats | Leiden | ||||||||||
Provincie | Zuid-Holland | ||||||||||
Aard | onderling | ||||||||||
Verzekering op het leven | weduwen- en wezenfonds | ||||||||||
Datum | 1826-1838 | ||||||||||
Jaar van oprichting | 1826 | ||||||||||
Jaar van opheffing | 1838 | ||||||||||
Bestaansduur | 10-20 jaar | ||||||||||
Begrafenisgeld | ja | ||||||||||
Weduwegeld | ja | ||||||||||
Leden |
|
||||||||||
Tekst | Weduwenfonds `Leydens Troost'. 1826-1838 Directeur Haalebos e.a. Reglement 1826; 16 febr. erkend door burgemeester. Aangemeld ivm KB 1830, kon niet voldoen aan de eisen en werd daarom in 1838 ontbonden. In weerwoord op de op hun fonds geleverde kritiek voerden zij aan, dat het hun doel is weduwen voor totale armoede te behoeden. De basis van hun werk was `eenvoudigheid, billijkheid, goede berekening maar vooral minkostbaarheid'. Ervaren eis van borgstelling als beledigend (als `niet zeer vererend'), zij doen het werk gratis. Contributieverhoging kunnen de leden zich niet permitteren en zal leiden tot ontbinding van het fonds. Zij zetten het geld op de spaarbank, dat is gegeven de koersontwikkeling veiliger. Opheffing: meegedeeld nav statistiek 1838, BiZa, 17 okt. 1839, 90. Doel: begrafenisgeld bij voltallig ƒ50; via een extra contributie van 10 cent ook weduwenuitkering. Als het fonds voltallig is, bij 500 deelnemers, zal de weduwenuitkering ƒ250 per jaar bedragen, waarbij de weduwe contributie moet blijven doorbetalen. Fonds anno 1830 nog niet voltallig. 2 weduwen krijgen ƒ50 per jaar. In 1829 stelden GS nog, dat dit fonds in feite te beschouwen was als niet bestaand. Opheffing: meegedeeld nav statistiek 1838, BiZa, 17 okt. 1839, 90. Leden: 1828 43 (1 weduwe); 1830 47 (3 weduwen); 1835 52 (5 weduwen); 1836 58 (5 weduwen). Bezit: 1830 ƒ2325; 1835 ƒ5375.-. Rekening wordt volgens reglement overgelegd aan B&W; reglementswijziging na advies van B&W. Het reglement houdt de mogelijkheid open de contributie te verhogen of de uitkeringen te verlagen. NB bestuurders stellen, dat ten tijde van hun oprichting veel burgers lid waren van een weduwenfonds, dat veel beloofde, maar waarmee het ongelukkig is afgelopen. Onduidelijk is of dat een Leids fonds was. Bronnen: S. 370, 20 febr. 1826-?, 15w; NA, Armwezen 1813-1832, inv. 1842, 3 okt. 1829, 42H; 1894, 15 dec. 1830, 30H; NA, Armwezen 1832-1878, inv. 130, 22 dec. 1834, 155; 288, 23 april 1838, 217; 367, 17 okt. 1839, 90. |