Collin, Maria Louisa Frederika (1902-1967)

 
English | Nederlands

COLLIN, Maria Louisa Frederika, vooral bekend als Darja Collin (geb. Amsterdam 19-11-1902 – gest. Florence, Italië 6-5-1967), danseres, choreografe en balletlerares. Dochter van Robert Johan Carl Collin (1863-1904), violist, en Wilhelmina Frederika Christina van Dijk (1875-na 27-1-1948), zangeres. Darja Collin trouwde (1) op 3-9-1930 in Den Haag met Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936), scheepsarts en dichter; (2) in 1954 in Italië met Giovanni Risoli (c. 1870-?). Uit huwelijk (1), op 30-4-1935 ontbonden, werd 1 zoon geboren, die kort na de geboorte stierf.

Darja Collin werd in Amsterdam geboren als jongste van drie in een muzikale, rooms-katholieke familie. Haar moeder was zangeres, haar vader, zoon van zangeres Anna Tobisch en dirigent Robert Collin, was violist. Darja lijkt in haar jeugd nauwelijks een normaal gezinsleven te hebben gekend. Toen ze anderhalf was, in mei 1904, vertrok haar moeder met de kinderen naar Warnsveld, haar vader overleed enkele maanden later. Darja woonde vervolgens een jaar lang bij haar grootmoeder in Gorssel.

Daarna verhuisde ze naar Oegstgeest, waar ze van haar derde tot haar twaalfde in de katholieke kostschool Huize Duinzicht woonde. In 1915 nam haar moeder, inmiddels hertrouwd met een acht jaar jongere Engelsman en woonachtig in Rotterdam, Darja weer in huis.

Moderne dans 

Toen ze als jong meisje in Rotterdam Jacoba van der Pas zag dansen, wist Darja Collin dat zij ook danseres wilde worden. Ze ging lessen volgen bij Angèle Sydow en begon als tiener al met optreden om zelf geld te verdienen. In april 1918 verhuisde ze, vijftien jaar oud, alleen naar Den Haag, waar ze werd ingeschreven als danseres. Daar kwam ze in de leer bij Gertrud Leistikow.

Omdat ballet in Nederland als kunstvorm nauwelijks aanzien had – het werd vooral gezien als plat amusement – vertrok Collin in 1925 naar Dresden, waar ze studeerde op de dansschool van Mary Wigman. Een jaar later werd ze eerste solodanseres bij de opera van Münster onder begeleiding van Kurt Jooss, net als Leistikow en Wigman een belangrijk vertegenwoordiger van de moderne, expressionistische dans. In 1927 verhuisde ze naar Parijs – destijds het centrum van de balletwereld. Hier trad ze op met onder anderen de Russische ballerina’s Vera Trefilova en Olga Preobajenske.

Eind jaren twintig begon Collin in Den Haag met haar voormalige lerares Leistikov een dansschool. Nadat ze in 1931 met ruzie uit elkaar waren gegaan, zette Collin een eigen dansschool op. Ze gaf veel optredens in het land en trok zich weinig aan van moraalridders die theaterdans zedeloos vonden – begin jaren dertig was er zelfs een regeringscommissie die het ‘dansvraagstuk’ moest onderzoeken.

In september 1930 trouwde Collin met dichter en scheepsarts Jan Jacob Slauerhoff, die ze eerder dat jaar had leren kennen. Het stel kreeg in maart 1932 een zoon: Juan Darito. Hij stierf kort na de geboorte. Collin en Slauerhoff hadden een turbulent huwelijk en gingen na vijf jaar uit elkaar. In oktober 1936 stierf de dichter aan tuberculose. Volgens biograaf Wim Hazeu was zijn liefde voor Collin hem fataal geworden.

Internationale successen

De danskunst van Darja Collin genoot in de loop van de jaren dertig steeds meer waardering, ook in Nederland. Zo speelde ze in 1935 een prominente rol als danseres in de speelfilm Het mysterie van de Mondscheinsonate en trad ze in januari 1937 met haar dansgroep op tijdens het erefeest ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard. Ook internationaal brak ze door: ze danste onder andere in Nederlands-Indië, Oostenrijk, Roemenië, Scandinavië en Duitsland. In januari 1938 verhuisde Collin naar Parijs. Rond die tijd verloofde ze zich met de Engelsman Sir James Corry – onduidelijk is of het ooit tot een huwelijk is gekomen.

Toen nazi-Duitsland in het voorjaar van 1940 Frankrijk binnenviel, was Darja Collin op tournee aan de Côte d’Azur. Ze ontvluchtte het land en kwam via Afrika opnieuw terecht in Nederlands-Indië. Daar ontmoette ze de Nederlandse schrijver Leo Vroman, met wie ze bevriend raakte. ‘Ik geloof dat Darja Collin werkelijk het volmaakte genaderd is’, schreef Vroman in een brief aan Jan Gresshof over een van haar dansoptredens daar (gecit. Hazeu, 744). Om internering in een Jappenkamp te ontlopen liet Collin zich in maart 1942 op een vrachtschip meesmokkelen naar Australië, waar ze regelmatig optrad.

Nederlandse Opera

Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde Collin naar New York, waar ze leiding ging geven aan een klein dansgezelschap. In de zomer van 1947 keerde ze naar Nederland terug om balletmeesteres van de Nederlandse Opera te worden. Toen ze op Schiphol landde, stond de pers haar op te wachten. In Amsterdam oogstte Collin niet lang daarna succes met haar ‘Ravel-avonden’. ‘Een schone eenheid tussen figuur en klank, schreef het Algemeen Handelsblad (7-6-1948). Bij de Nederlandse Opera gaf Darja Collin begin 1951 de toen negentienjarige Hans van Manen een baan als danser nadat hij eerder wegens ‘gebrek aan talent’ was weggestuurd bij het dansgezelschap van Sonia Gaskell. ‘Ik heb mijn carrière mede aan Darja Collin te danken (…) Ze was een fenomenale vrouw’, aldus Van Manen (interview met auteur, begin 2018).

Darja Collin verliet de Nederlandse Opera in 1952 om in Florence een balletstudio te beginnen. Via een schijnhuwelijk in 1954 met de 84-jarige Giovanni Risoli, die in een armenhuis in Rome woonde, kreeg ze een Italiaans paspoort. Ze betaalde Risoli hiervoor 90.000 lire en zag hem hierna nooit weer. Op 6 mei 1967 stierf Collin in Florence na een langdurig ziekbed. De Telegraaf, Het Parool en enkele andere Nederlandse kranten plaatsten slechts een klein bericht naar aanleiding van haar dood. De ooit zo flamboyante ballerina die in haar tijd bepalend was voor het Nederlandse ballet, was na vijftien jaar afwezigheid in de vergetelheid geraakt.

Betekenis en reputatie

Darja Collin was een van de beste Nederlandse dansers van de jaren 1920-1950. Ze schreef choreografieën en beheerste een breed scala aan dansstijlen, zoals de ‘Ausdrucktanz’, klassiek ballet, plastische dans en folkloristische dansen. ‘Haar dansen bezitten een vaart en vreugde die binnen onze grenzen zeldzaam zijn’, schreef danscriticus Jobs Werumeus Buning in 1926 over haar (gecit. Hazeu, 466).

Collin stond midden in het culturele leven. Ze bezat een schilderijencollectie en werd ook zelf een aantal keer geportretteerd. Liefdesaffaires had ze met onder anderen de schilder Christiaan de Moor en schrijver A. den Doolaard. De Moor noemde haar een ‘maangodin’, Den Doolaard omschreef haar als een ‘ongrijpbaar natuurverschijnsel’ dat ‘evenmin als water’ was vast te houden (gecit. Olink, 54-55). De auteur van dit lemma werkt aan een biografie van Darja Collin.

Archivalia

  • Theater Instituut Nederland, Amsterdam: archief Darja Collin, ref. 200000091.001; documentatie, kostuums etc.
  • Literatuur Museum, Den Haag: foto's en geschilderd portret van Darja Collin, brieven van en aan Collin.

Werk

Rol van Yva in speelfilm Het mysterie van de Mondscheinsonate, regisseur Kurt Gerron, 1935 [https://www.eyefilm.nl/collectie/filmgeschiedenis/film/het-mysterie-van-de-mondscheinsonate].

Literatuur

  • J.W.F. Werumeus Buning, Dansen en danseressen (Amsterdam 1926).
  • Paul F. Sanders, ‘Wereldreizigster tegen wil en dank. Ontmoeting met Darja Collin’, Het Parool, 4-1-1947.
  • P.T., ‘Franse geest bezielt Nederlandse Opera’, Algemeen Handelsblad, 7-6-1948.
  • ‘Darja Collin overleden’, De Telegraaf, 1-4-1967.
  • ‘Darja Collin weer thuis’, De Tijd, 22-8-1947.
  • Eva van Schaik, Op Gespannen Voet. Geschiedenis van de Nederlandse Theaterdans vanaf 1900 (Haarlem 1981).
  • Jan van der Vegt, A. Roland Holst. Biografie (Baarn 2000) 293.
  • Hans Olink, Dronken van het leven. A. den Doolaard, zwerver, schrijver, journalist (Amsterdam 2011), 54-55.
  • Henny de Lange, ‘Geliefde van vele dichters’, Trouw, 8-4-2014.
  • Wim Hazeu, Slauerhoff. Biografie (Amsterdam 2018) [vierde herziene druk].

Illustratie

Ongedateerde portretfoto door onbekende fotograaf Spaarnestad/Nationaal Archief.

 

Auteur: Arend Hulshof

laatst gewijzigd: 28/05/2019

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.