Pant, Theresia Reiniera van der (1924-2013)

 
English | Nederlands

PANT, Theresia Reiniera van der (geb. Schiedam 27-11-1924 – gest. Amsterdam 3-2-2013), beeldhouwster en tekenares. Dochter van Philip Christiaan van der Pant (1877-1951), distillateur, en Hendrika Wilhelmina Catharina Hoffman (1889-1959), winkeljuffrouw. Theresia van der Pant trouwde op 12-10-1982 in Amsterdam met Arnoldus Hendricus Kneulman (1925-2010), ontwerper. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Theresia (Theet) van der Pant en haar oudere broer Christiaan groeiden op in een gegoed milieu in Schiedam – haar vader was destillateur. De ouders waren relatief oud (ze waren laat getrouwd) en hadden belangstelling voor cultuur. De kinderen volgden pianolessen en Theresia doorliep het gymnasium in Schiedam. Toen de vader in het laatste oorlogsjaar vanwege anti-Duitse activiteiten werd opgepakt en in een kamp terecht kwam, werd Theet uit veiligheidsoverwegingen ondergebracht bij vrienden in Rotterdam. Ze raakte er bevriend met haar buurmeisje Eva Mendik, die haar in contact bracht met de Rotterdamse kunstacademie. Daar mocht ze af en toe boetseren.

Ruiterbeeld Wilhelmina

In 1945 ontving Theresia van der Pant een kleine toelage van haar vader om de tweejarige vooropleiding aan de Rijksnormaalschool voor Teekenleraren te volgen. Al na een jaar mocht ze naar de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar ze beeldhouwles kreeg van Piet Esser. Van der Pant betrok een kamertje in een studentenhuis aan de Keizersgracht (nr. 822). In 1950, na voltooiing van haar opleiding in Amsterdam, kreeg ze van het Belgische ministerie een beurs voor de Academie van Antwerpen. Aangezien de opleiding weinig aansloot bij haar belangstelling, stapte ze over naar Oscar Jespers, docent aan de École nationale supérieure des arts visuels (ENSAV) in Brussel. Er volgde een jaar van intensieve arbeid waarin Van der Pant vooral in steen hakte. Ze werkte met ernst en toewijding en ontwikkelde een voorkeur voor materialen die weerstand boden.

In haar beginperiode als vrij kunstenaar moest Theresia van der Pant iedere opdracht aannemen om financieel te kunnen rondkomen. Haar eerste opdrachten – gevelstenen in Schiedam en Gouda (1950) – waren eenvoudig van vorm en voorstelling. De inkomsten hieruit maakten het haar mogelijk aan vrij werk te beginnen. De eerste erkenning kwam in 1953, toen Van der Pant de tweede prijs won van de Prix de Rome voor beeldhouwkunst. Een jaar later deed ze voor het eerst mee aan een belangrijke groepstentoonstelling van buitenbeelden op het Frederiksplein in Amsterdam. In 1955 bezocht Van der Pant een internationale zomeracademie voor kunstenaars, waar ze Giacomo Manzù ontmoette. Deze nodigde haar uit om in Milaan mee te helpen aan de uitvoering van zijn serie beelden van kardinalen. Hij vroeg haar ook om te komen doceren aan een academie die hij in Milaan wilde oprichten, maar op dit aanbod ging ze niet in.

Terug in Nederland betrok Theresia van der Pant een klein atelier in een oude school op het Amsterdamse eiland Wittenburg. Ze werd actief lid van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae en toonde haar werk regelmatig op ledententoonstellingen. In 1957 deed ze met verschillende dierplastieken mee aan een grote overzichtstentoonstelling van de Nederlandse beeldhouwkunst in Museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam. Hierna kreeg ze van diverse gemeenten de opdracht om voor hun scholen een dierplastiek te maken. In 1962 vroeg het Contactorgaan Vrouwenorganisaties Amsterdam haar een beeld te maken van de pas overleden Wilhelmina, als oorlogsvorstin zittend achter een microfoon. Van der Pant zag daar niets in en maakte een beeld van een jonge vorstin te paard. Met ontwerper Nol Kneulman, die haar hielp haar bij de uitvoering van de technische details, kreeg ze een levenslange vriendschap. Het bronzen ruiterstandbeeld aan het Amsterdamse Rokin werd in 1972 onthuld, in aanwezigheid van koningin Juliana. De pers besteedde weinig aandacht aan de artistieke kwaliteit van het beeld. De recensente van Het Parool noemde het ‘een zeer fraai beeld, een halve eeuw te laat’ (10-6-1972).

Kop van Strawinsky

Theresia van der Pant kreeg steeds meer aandacht in de pers en oogstte met haar buitenbeelden veel waardering bij critici. Slechts sporadisch vervaardigde ze ook portretten – ze moest getroffen worden door een gezicht. Zo voltooide ze in 1975 een levensgrote kop van de componist Strawinsky in klei. Het beeld was te zien op de tentoonstelling ‘Amsterdam 700 jaar stad’. Hoewel ze zelf overwegend met brons werkte, doceerde ze sinds 1965 aan de Rijksakademie te Amsterdam het ‘steenhakken’. Tevergeefs beijverde Van der Pant zich voor het behoud van de academie als universitair instituut. Vanaf 1979 was ze hoogleraar van de bouwafdeling, tot haar afscheid van de Rijksacademie in 1982. In datzelfde jaar (1982) trouwde ze met Nol Kneulman en verliet ze haar atelier op Wittenburg; in een nieuwe woning aan de Plantage Muidergracht kreeg ze een ruimere werkplaats.

Pas op haar 82ste zette Van der Pant vanwege reuma een punt achter haar loopbaan als beeldhouwster. De laatste jaren van haar leven maakte ze nog wel veel tekeningen, dikwijls met inkt, die ze waste met verschillende soorten krijt. Het liefst mengde ze technieken door elkaar. Ze tekende niet naar model, maar uit haar geheugen. Ter ontspanning voer ze enkele maanden per jaar met haar echtgenoot op een lange steurgatvlet over rivieren en meren in heel Nederland.

Op 3 februari 2013 overleed Theresia van der Pant op 88-jarige leeftijd in haar woonplaats Amsterdam.

Betekenis

De stijl van Theresia Van der Pant behoort tot de tweede generatie van de ‘Groep van de figuratieve abstractie’. Dieren namen een belangrijke plaats in haar werk in – ze bestudeerde hen in Artis. Dieren veinzen niet en dat gaf hun een bepaalde vrijheid, aldus Van der Pant, zelfs als ze gekooid waren. Naar mensen kijken vond ze een inbreuk op hun bestaan; portretten maakte ze dan ook liever uit haar herinneringen, met foto’s als steunpunten.

In 1987 ontving Theresia van der Pant de Judith Leysterpijs, een blijk van waardering voor haar gehele oeuvre. Onderdeel van de prijs waren een retrospectieve expositie in het Frans Halsmuseum in Haarlem en een monografie. Twee jaar later (1989) werd ze geëerd met een overzichtstentoonstelling in haar geboorteplaats Schiedam, ter gelegenheid van haar vijfenzestigste verjaardag.

Naslagwerken

Scheen; Jacobs; RKD Artists.

Archivalia

RKD, Den Haag: archief Jeanne Bieruma-Oosting; archief Paul Citroen.

Werken

Werk van Theresia van der Pant bevindt zich o.a. in Museum Beelden aan Zee (Den Haag/Scheveningen), Museum Henriette Polak (Zutphen), Frans Halsmuseum (Haarlem), TNT Post Kunstcollectie (Den Haag) en Rijksmuseum (Amsterdam).

Zie ook: Roos van Put, Beeldhouwster Theresia R. van der Pant. Sculptress (Amsterdam 1989).

Literatuur

  • Ed Wingen, ‘Thea van der Pant. Zuiver kunstenares’, De Telegraaf, 1-12-1962.
  • Han Wezelaar, Nog eens Theresia van der Pant, Kunst in Utrecht 3, (1965) nr. 7.
  • Ineke Jungschleger en Max van Rooy, ‘Artis, model voor kunstenaars’, Algemeen Handelsblad, 26-9-1970.
  • Hans Redeker, ‘Theresia, het kondigt zich aan’, NRC-Handelsblad, 27-6-1975.
  • José Boyens en Trudi Woerdeman, Beelden en tekeningen van Oscar Jespers en van beeldhouwers die bij hem gewerkt hebben (Maastricht 1975).
  • José Boyens, ‘Bevestigen in het bestaan. Beelden van Theresia van der Pant’, Ons Erfdeel 19 (1976) 25-35.
  • José Boyens, Traditie en experiment. Tien Nederlandse beeldhouwers (Venlo 1982) 69-86.
  • José E.A. Boyens, Oscar Jespers 1887-1970, Theresia van der Pant / Piet Killaars / Hanneke Mols-van Gool. Beeldhouwers (Hapert 1989).
  • P.M.J. Jacobs, Beeldend kunstenaars in Nederland, geboren na 1988 (Tilburg, 1993).
  • Wilmie Geurtjens, ‘Schiedam eert Theresia van der Pant met overzichtstentoonstelling van het werk’, Het Vrije Volk, 28-6-1989.

Illustratie

  • Theresia van der Pant, door onbekende fotograaf, 1989 (Collectie IAV - Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis, Amsterdam).
  • Ruiterstandbeeld van Wilhelmina door Theresia van der Pant, 1972 (foto Jaap Augustinus).

 

Auteur: Agnes de Boer

laatst gewijzigd: 12/07/2017

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.