Rees, Maria Margeretha van (1892-1986)

 
English | Nederlands

REES, Maria Margaretha van (geb. Hellevoetsluis 9-1-1892 – gest. Okehampton, Engeland 31-3-1980), schilderes. Dochter van Richardus Philippus Arnoldus van Rees (1850-1925), marineofficier, burgemeester, schrijver en kunstschilder, en Bertha Constance Charlotte Maria Margaretha Ruempol (1865-1919). Maria Margaretha van Rees trouwde op 13-9-1921 in Den Haag met Sigismund Payne Best (1885-1978), zakenman en geheim agent. Dit huwelijk, dat in 1953 eindigde in een scheiding, bleef kinderloos.

Marie van Rees werd geboren in Hellevoetsluis, waar haar vader – een voormalig marineofficier – op dat moment burgemeester was. Ze had een oudere halfbroer uit een eerder huwelijk van haar vader en een jonger zusje. Nadat haar vader tussen 1892 en 1894 burgemeester van Maassluis was geweest, trok hij zich terug uit het werkzame leven en ging schrijven en schilderen. Het gezin verhuisde vaak: Marie woonde in haar jeugd in Den Haag, Putten en Hilversum, en vanaf haar twintigste opnieuw in Den Haag. Daar sloot Marie, die al vanaf haar zesde vioolles kreeg, zich aan bij orkestvereniging Musica. Met dit orkest trad zij op 18 mei 1915 in het Haagse Diligentia op als solovioliste. Net als haar vader ging ook Marie schilderen: ‘Reeds van haar jeugd aan diende zij haar roeping en was leerlinge onder andere van [Gerardus Johannes] Roermeester en [Floris] Arntzenius’, aldus Het Vaderland (24-11-1937).

Schilderes

In Den Haag nam Marie van Rees deel aan het societyleven. Zij kende politici, diplomaten, wetenschappers en adellijke families en moet in deze kringen de eveneens in Den Haag woonachtige Engelsman Sigismund Payne Best hebben ontmoet, een vriend van prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin en een excentriekeling met monocle en onberispelijke maatpakken. In 1921 trouwde zij met deze zakenman, die ook als geheim agent voor de Britse Secret Intelligence Service werkte. Marie Payne Best-van Rees werd lid van het Genootschap Nederland-Engeland.

Payne Best-van Rees ontwikkelde zich tot portrettiste. In 1924 organiseerde ze ‘in een geïmproviseerd atelier’ aan de Hooistraat in Den Haag haar eerste tentoonstelling. Deze expositie, waar onder andere een portret van haar echtgenoot hing, kreeg een lovende kritiek in Het Vaderland (6-3-1924). In de jaren twintig en dertig exposeerde Marie Payne Best-van Rees haar portretten en ook bloemstillevens volop in Haagse galeries. In 1932 had zij een tentoonstelling in haar atelier aan de Lange Voorhout (nr. 90), waar zij en haar man toen woonden.

Voor haar bloemstillevens koos Payne Best-van Rees vaak tulpen en rozen. In haar – veelal in opdracht – geschilderde en soms ook in rood krijt getekende portretten beeldde zij vooraanstaande lieden af, onder wie kunsthandelaar Sala, danseres Renate Erdély, schilderes M.E. Coert-Lels en enkele leden van de koninklijke familie – ook kinderportretten maakte ze in opdracht. In 1934 overhandigde zij persoonlijk aan prinses Juliana een portret van prins Hendrik en in 1937 schonk zij Juliana en Bernard bij hun huwelijk een portret van Juliana’s grootmoeder Emma van Waldeck-Pyrmont. Een bezoek van koningin Wilhelmina in 1937 aan de tentoonstelling van Payne Best-van Rees in Kunstzaal Bennewitz in Den Haag droeg waarschijnlijk bij aan de grote belangstelling: de expositie werd tot tweemaal toe verlengd.

In 1938 nam Marie Payne Best-van Rees met een portret van Willem Mengelberg deel aan de expositie Gedenck-clanck ter ere van het vijftigjarige jubileum van het Amsterdamse Concertgebouw. Dit was de enige maal dat zij exposeerde in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens een vakantie in 1938 aan het meer van Genève ontmoette het echtpaar Payne Best op een golfbaan de twaalfjarige caddie Enzo Bonopera, wiens ouders het fascistische Italië waren ontvlucht. Met instemming van zijn ouders ging Enzo tijdelijk met hen mee naar Den Haag. Van 10 tot 31 december 1938 reisde het echtpaar Payne Best met hun ‘petekind’ naar Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Daarna brachten ze Enzo weer naar zijn ouders en keerden ze zelf terug naar Den Haag. Payne Best-van Rees bleef contact met hem houden. Uit haar reisverslag blijkt dat ze delen van deze reis aflegde zonder haar man. Mogelijk was hij in die dagen bezig met zijn werk voor de Secret Service. In hoeverre Marie Payne Best-van Rees op de hoogte was van de spionageactiviteiten van haar echtgenoot, is niet duidelijk. Hoe gevaarlijk zijn werk was, bleek op 9 november 1939. Die dag ontvoerden Duitse SS-ers hem in Venlo.

Payne Best-van Rees vluchtte daags na de ontvoering per KLM-toestel naar Engeland. Door dit overhaaste vertrek werd haar tentoonstelling in Kunstzaal Bennewitz, die 16 november 1939 zou worden geopend, afgezegd. Aanvankelijk verbleef ze in Londen, waar ze in 1940 voor de jaarlijkse tentoonstelling van de Royal Academy het portret van Willem Mengelberg inbracht. Een deel van haar werk ging bij een bombardement van Londen verloren. Payne Best-van Rees verhuisde naar het dorpje Chagford (Devon), op het Engelse platteland – wanneer precies is niet bekend. Ondanks vele pogingen wilde het schilderen haar niet meer lukken; ze was niet tevreden met het resultaat van haar inspanningen.

Gedurende de oorlog bleef Sigismund gevangen zitten en hadden Marie Payne Best-van Rees en hij alleen via het Rode Kruis sporadisch contact: ze schreven elkaar. Pas in het voorjaar van 1945 kwam Sigismund vrij en werden zij herenigd. Later dat jaar kregen ze bezoek van Enzo Bonopera. Ze bleven in Engeland, waar ze deel uitmaakten van het Engelse societyleven. In 1950 bevonden zij zich onder de weinige genodigden op Buckingham Palace toen koningin Juliana en prins Bernard daar te gast waren. In 1953 eindigde hun huwelijk in een echtscheiding omdat Payne Best een relatie had. Hierna leidde Marie Payne Best-van Rees een teruggetrokken bestaan in Devon, vanaf 1960 in het dorp Okehampton. Schilderen deed ze niet meer en financieel had ze het niet gemakkelijk – om haar inkomen aan te vullen verhuurde ze een kamer. Marie Payne Best-van Rees stierf op 31 maart 1980, 88 jaar oud, in Okehampton, waar ze werd begraven op de begraafplaats van All Saints.

Reputatie

Maria Margaretha van Rees was een netwerker pur sang en een mondaine vrouw: ze reisde alleen, reed auto, speelde golf en maakte muziek. Daarnaast was ze in societykringen een gewaardeerd portrettiste. Kunstcritici waren verdeeld over haar werk. Zo schreef de Nieuwe Rotterdamsche Courant (8-11-1927) dat haar stillevens ‘hare tekorten’ sterk weergaven en dat ze zichzelf ‘overschatte’, en noemde Het Vaderland (7-1- 1930) haar portretten ‘zeer dilettantisch en zelfs onzuiver’. Maar enkele jaren later was Cornelis Veth in De Telegraaf (4-12-1937) opvallend positief: ‘Zij heeft bij de vrouwelijke kundigheid in drapeering een fijnen zin voor het pittoreske en voor toon’. Tegenwoordig zijn Marie Payne Best-van Rees en haar werk in de vergetelheid geraakt.

Naslagwerken

Jacobs; Scheen (1969)

Archivalia

Correspondentie 1946-1972, in particulier bezit.

Werken

Werk van Marie Payne Best-van Rees bevindt zich onder andere in de Collectie Hoge Raad der Nederlanden, Den Haag en Collectie Huis Zypendaal, Arnhem.

Literatuur

  • Diverse krantenartikelen, raadpleegbaar via Delpher (onder meer over tentoonstellingen, en de ontvoering van Sigismund Payne Best).
  • C. L. van Till-den Beer Poortugael, ‘In het schildersatelier van Mevrouw M. Payne Best-van Rees’, De Kroniek 16 (1930) nr. 6, 123.
  • ‘Schilderijen-tentoonstelling van mevrouw Payne Best-van Rees’, Het Vaderland, 24-11-1937.
  • Cornelis Veth, ‘Portretten door mevr. Payne Best-Van Rees’, De Telegraaf, 04-12-1937.
  • Sigismund Payne Best, The Venlo Incident (Londen [1950]).

Illustratie

  • Zelfportret, 1934 (uit: Best, The Venlo Incident).
  • Maria Margaretha van Rees, door S. Payne Best, 1938 (in particulier bezit).

Auteur: Barbara Peters

laatst gewijzigd: 22/07/2017