Zanten, Wijntje Cornelia van (1855-1946)

 
English | Nederlands

ZANTEN, Wijntje Cornelia van (geb. Dordrecht 2-8-1855 – gest. Den Haag 10-1-1946),  operazangeres en zangpedagoge. Dochter van Izaäk van Zanten (1825-1899), vleeshouwer, en Heiltje Rijshouwer (1824-1902). Corry van Zanten bleef ongehuwd.

Corry of Kee van Zanten werd geboren als dochter van een vleeshouwer in Dordrecht. Voor zover bekend had ze één oudere broer. In haar schooltijd zong ze bij een Dordtse amateurzangvereniging toen haar mooie altstem werd ontdekt en ze op zangles werd gestuurd: eerst bij de koordirigent Henri van Geul, erna bij de sopraan Wilhelmina Gips. In 1872 mocht ze naar het conservatorium in Keulen, waar ze in anderhalf jaar het diploma van de driejarige opleiding behaalde. In Milaan studeerde ze verder bij Francesco Lamperti sr., die haar zware altstem door coloratuuroefeningen de hoogte in bracht. In september 1875 debuteerde zij in Turijn als mezzosopraan in Donizetti’s La Favorita. In de titelrol van Lucrezia Borgia had ze veel succes.

Om haar repertoire te verbreden verhuisde Van Zanten in 1879 naar Breslau (nu Wrocław in Polen), waar ze in opera’s van Richard Wagner kon optreden. In deze jaren componeerde ze ook  liederen. Van 1882 tot 1885 zong ze bij het Hoftheater in Kassel, waar Gustav Mahler dirigent was. In deze tijd componeerde Van Zanten ook enkele liederen, waaronder Mijn moedertaal (1881). In 1885 volgde ze Mahler naar Hamburg, waar ze onder meer zong in Iphigenia in Aulis van Gluck. Het volgende seizoen bracht haar naar de Verenigde Staten, eerst bij de American Opera Company in New York en daarna bij Theodore Thomas’ National Opera Company, waarmee ze een grote tournee maakte. Onder de naam Cornelie Van Zanten zong ze in Orpheus and Eurydice van Gluck en in Carmen van Bizet. Toen Thomas in 1887 failliet ging, keerde Van Zanten terug naar Hamburg. In diezelfde tijd zong ze in Rusland in een complete uitvoering van de Ring van Wagner onder directie van Carl Muck.

Omdat Van Zanten vond dat haar Italiaanse stemscholing te eenzijdig was geweest, nam ze in 1893 les bij Julius Stockhausen in Frankfurt. Als concertzangeres vestigde ze zich daarna in de kuurbadplaats Wiesbaden. Hier raakte ze bevriend met de Roemeense koningin Elisabeth, die haar les liet geven aan twee van haar nichten. Ze bleef ook opera zingen, onder meer in 1894-1895 bij de nieuwe Nederlandsche Opera van Cornelis van der Linden in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Haar repertoire was inmiddels zeer breed: van Mozart en Verdi tot Wagner.

In 1895 beëindigde Cornelie van Zanten haar zangcarrière. Ze volgde Johan Messchaert op als hoofddocent solozang aan het conservatorium in Amsterdam. Onder haar leerlingen waren Julia Culp en Tilly Koenen. Op 9 september 1898 zong ze in het Concertgebouw met onder anderen Aaltje Noordewier-Reddingius en onder leiding van Willem Mengelberg de Kroningscantate van Bernard Zweers, ter gelegenheid van de inhuldiging van Wilhelmina. In 1903 zocht ze ‘een ruimer arbeidsveld’ (Dutch Diva’s): ze verliet Amsterdam en begon in Berlijn haar eigen Meisterschule für Kunstgesang. Ze werd er het middelpunt van een beweging voor zangpedagogiek en werkte mee aan tal van publicaties op dit gebied. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 verliet ze Berlijn. Ze vestigde zich aan het Anna Pauwlonaplein in Den Haag, waar ze een jaar lang de operaklas van het Koninklijk Conservatorium leidde. Ze voelde er zich echter niet thuis en gaf vanaf 1915 privélessen aan huis. Met de dirigent Henk van den Berg en de danseres Lilly Green richtte ze een eigen operaklas op, waarmee ze uitvoeringen in de Koninklijke Schouwburg gaf: eerst Falstaff van Verdi en later onder meer De Bron van Badrah van Van den Sigtenhorst Meyer.

Als zangpedagoge deed Van Zanten in deze tijd zelfstandig onderzoek naar zangtechnische problemen. Haar wetenschappelijke kennis en haar ervaring legde ze vast in tijdschriftartikelen en in boeken die zowel in het Nederlands als in het Duits verschenen, onder meer in Die Stimme. In 1922 maakte Isidor Arras Ochse voor Polygoon een filmopname van de ‘adem-, spreek- en zangtechniek door mevrouw Cornelie van Zanten, kunstzangeres in Den Haag’. Ze was eigenzinnig in de keuze van haar leerlingen, maar ging daarna vriendschappelijk met hen om. Haar bekendste leerling uit deze Haagse jaren was Johanna Maria (‘Jo’) Vincent. Haar laatste jaren waren moeilijk omdat haar geheugen haar in de steek liet. Op 10 januari 1946 overleed Cornelie van Zanten in Den Haag, negentig jaar oud. Ze is begraven op Nieuw Eykenduynen.

Cornelie van Zanten heeft een indrukwekkende loopbaan gekend als opera- en concertzangeres en als zangpedagoge; ze is meermalen gehuldigd en onderscheiden. Door haar wetenschappelijk onderbouwde en tot het uiterste geperfectioneerde zangmethode, die op unieke wijze het Italiaanse belcanto verenigde met de op articulatie gerichte leertechnieken van Stockhausen, werd ze een van de beroemdste zangdocenten van haar tijd. In de Haagse wijk Loosduinen is een straat naar haar genoemd.

 

Naslagwerken

BWN; Dutch Diva’s.

Archivalia en collecties

  • Nederlands Muziek Instituut, Den Haag: Collectie-Cornelie van Zanten [recensies, krantenartikelen, brieven, foto's, composities en programma's].
  • EYE, Amsterdam, De eerste Nederlandsche Cinematografische opname van adem-, spreek- en zangtechniek door mevrouw Cornelie van Zanten, kunstzangeres in Den Haag (1922, Polygoon, regie: I.A. Ochse).

Publicaties

  • Hoogere techniek van den zang (Amsterdam 1899).
  • Leitfaden zum Kunstgesang (Leipzig 1903).
  • Bel-canto des Wortes. Lehre der Stimmbeherschung durch das Wort (Berlijn 1911).
  • Het stemmen der stem (Den Haag 1918).
  • ‘De kortste weg naar den woordtoon’, Caecilia en het Muziekcollege 78 (1921/1922) nr. 8.
  • Het stemwonder in den Mensch (Den Haag 1925).
  • Das wohltemperierte Wort als Grundlage für Kunst und Frieden (Zürich etc. 1930).
  • Het juiste denken bij spreken en zingen (Amsterdam z.j. [1936]).
  • 250 wenken over de spreek- en zangstem (Amsterdam z.j. [1939]).

Rollen

Er is geen overzicht van de rollen die Van Zanten heeft gezongen. Zie documentatie in het Nederlands Muziek Instituut, Den Haag.

Literatuur

Behalve artikelen en necrologieën in De Muziekbode 30 (1915) 453, Op de Hoogte (sept. 1925) 230-231, Oprechte Haarlemsche Courant, 1-8-1930, Algemeen Handelsblad, 27-7-1935, Mensch en Melodie 1 (1946) 44-46 en 10 (1955) 208-211:

  • Arie Schipper, Het gulden ABC voor de koorzanger, de dirigent, de solist, de zangpaedagoog en voor allen die van zingen houden. De woordkunstzang van Neerlands beroemdste zangpaedagoge Cornelie van Zanten (Rotterdam z.j. [1949], eerder uitgegeven Amsterdam 1938).
  • Jo Vincent, Zingend door het leven. Mémoires (Amsterdam etc. 1955) 35-36.
  • S.A.M. Bottenheim, De opera in Nederland (Leiden 1983; 2de druk).
  • E. de Boer, ‘Cornelie van Zanten: “Klaarheid in het raderwerk’’’, Entr'acte, 8-10-1991.
  • P. van der Waal, Cornelie van Zanten en haar leerlingen (Utrecht 2011) [ongepubliceerde masterscriptie UU].

Illustratie

Cornelie van Zanten, door onbekende fotograaf, ca. 1930 (Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad).

 

Redactie (dit lemma is o.a. gebaseerd op het BWN-lemma van A.W.J. de Jonge)

 

laatst gewijzigd: 09/08/2017

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.