Klooster, Jantina Henderika van (1894-1945)

 
English | Nederlands

KLOOSTER, Jantina Henderika van (geb. Groningen 6-7-1894 – gest. Ravensbrück, Duitsland 30-1-1945), letterkundige en uitgeefster. Dochter van Frans S. van Klooster (1857-1910), handelaar in margarine en bakkersartikelen, en Hindrikje Timmer (1854-1923). Jantina van Klooster woonde vanaf 1925 samen met Johanna Jacoba (Koos) Schregardus (1897-1976), uitgeefster.

Jantina (Tine) van Klooster groeide op aan de Westerkade (nr. 17) in Groningen, als de jongste van acht in een gezin uit de gegoede burgerij. Ze doorliep de meisjes-hbs in Groningen en aansluitend het gymnasium in Assen, waar ze in 1914 eindexamen deed. Dat jaar schreef zij zich in voor de studie Nederlands aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar studietijd woonde ze bij haar moeder, die in 1910 weduwe was geworden en was verhuisd naar een kleinere woning aan de Westerkade (nr. 8A). Op 17 november 1917 deed Tine haar kandidaatsexamen, op 21 januari 1921 haalde ze haar doctoraal.

Van maart 1921 tot juni 1922 verbleef Tine bij haar broer H.S. (Hein) van Klooster (1884-1972), hoogleraar fysische chemie aan het Rensselaer Polytechnic Institute in Troy (NY). Aan de Columbia University in New York volgde zij colleges Amerikaanse letterkunde. In Amerika vond ze ook het onderwerp voor haar proefschrift over Edith Wharton waarop ze op 22 maart 1924 bij professor J.H. Kern in Groningen promoveerde. Daarmee was Tine van Klooster de eerste wetenschapper in Nederland die schreef over deze succesvolle Amerikaanse schrijfster en winnares van de Pulitzerprijs. Van Klooster was niet onverdeeld enthousiast en noemde Wharton zelfs een ‘middelmatige literaire figuur’. In november 1924 verhuisde Van Klooster naar Amsterdam, waar ze na een half jaar ging samenwonen met Koos Schregardus, die in haar vroege jeugd Tines buurmeisje was geweest aan de Westerkade.

Uitgeverij De Spieghel

In augustus 1925 richtten Tine van Klooster en Koos Schregardus samen met de lithograaf Arie Rünckel Uitgevers-maatschappij De Branding op, maar deze samenwerking hield slechts een half jaar stand: Rünckel zette vanaf maart 1926 de uitgeverij alleen voort. In dat halve jaar had De Branding wel een nieuwe serie opgezet (Menschen op het tooneel), een uitgave van Reinaart de Vos verzorgd en postuum het proefschrift uitgegeven van Helena Poppers, studiegenote van Van Klooster: De joden in Overijssel van hunne vestiging tot 1814. Behalve uitgeefster was Van Klooster in 1926 parttime lerares geschiedenis aan het Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes aan de Reinier Vinkeleskade in Amsterdam.

Op 1 maart 1926 begonnen Schregardus en Van Klooster in hun woonhuis aan de Amsteldijk (nr. 143) De Spieghel, en in augustus 1928 verhuisde deze uitgeverij met hen mee naar hun nieuwe woonadres aan de Prinsengracht (nr. 856). Met De Spieghel bouwden ze  een breed fonds op van romans, essays, dichtbundels en kunst- en geschiedenisboeken; jaarlijks publiceerden zij gemiddeld vijftien boeken. Verder verschenen er bij De Spieghel acht tijdschriften, waaronder De Vrije Bladen (1928-1935) en Beeldende Kunst (1932-1942). Van Klooster behartigde primair de inhoudelijke facetten van de onderneming en vertaalde voor het fonds ook boeken uit het Engels.

Vanaf 1929 werkten Van Klooster en Schregardus samen met de Belgische schrijver K. Goossens uit Mechelen als firma De Spieghel, Goossens en Co. Goossens importeerde boeken uit Nederland en gaf samen met De Spieghel boeken uit onder de naam Het Kompas. Gezamenlijk zetten ze ambitieuze reeksen op, zoals Het Zilveren Bronneke en de Feniksreeks, totdat Goossens in 1935 wegens verduistering werd ontslagen. Het Kompas verhuisde naar Antwerpen en ging na de oorlog over naar L.J. Veen.

Schregardus en Van Klooster legden zich niet speciaal toe op het uitgeven van boeken van en over vrouwen. Wel waren veel vrouwen bij het bedrijf betrokken. Illustratrice Tine Baanders, een goede vriendin van Van Klooster en Schregardus, ontwierp boekomslagen voor de uitgeverij en Nelly Bodenheim, een van de Amsterdamse Joffers, verzorgde illustraties. Ook schakelden zij geregeld vrouwelijke vertalers in, en de Leidse vriendinnen Jantina L. van Hoorn en ir. Alida M.D. Langezaal werden in 1935 commissaris van N.V. De Spieghel. De Spieghel gaf enkele proefschriften van vrouwen in de letteren uit en tevens het maandblad Vrouw en Gemeenschap (1932 tot eind 1934) en het mededelingenblad van de Lyceumclub (1926-1940).

De Spieghels, zoals Van Klooster en Schregardus wel werden genoemd, maakten deel uit van het Amsterdamse kunstenaarsmilieu, waar ook hun vrienden de literator Kees Kelk en zijn vrouw Helena Suzanna (Suzy) van Hall (1907-1978) en het schildersechtpaar Else Berg en Mommie Schwarz deel van uitmaakten. In 1933 kochten ze een buitenhuis aan de Vinkeveense Plassen, dat ze in 1942 ‘inruilden’ voor een huis in Loenersloot (tegenwoordig Rijkstraatweg 244). Hun hang naar het buitenleven bleek ook uit hun voorkeur om boeken en tijdschriften op het gebied van natuur, spel en sport uit te geven.

De oorlog

In 1942 weigerden Van Klooster en Schregardus zich aan te melden bij de Kultuurkamer, waarna het bedrijf tot liquidatie overging. Ze raakten betrokken bij de kring van verzetsstrijders waar ook Gerrit Jan van der Veen, Frits van Hall en diens zuster Suzy toe behoorden. Toen Van der Veen bij de overval op het Huis van Bewaring op de Amsterdamse Weteringschans in mei 1944 ternauwernood en zwaar gewond kon ontsnappen, dook hij onder in hun huis op de Prinsengracht. Tien dagen later werd het adres verraden en Tine van Klooster, Suzy van Hall en de verpleegster Coos Frielink werden gearresteerd. Frielink werd na enige tijd vrijgelaten, Van Klooster en Van Hall werden via kamp Vught op transport gezet naar het vrouwenkamp Ravensbrück. Daar stierf Tine van Klooster op 30 januari 1945 aan de gevolgen van ziekte en ontberingen. Suzy van Hall kwam in Dachau terecht en overleefde de oorlog evenals Koos Schregardus, die op het moment van de inval niet thuis was geweest en aan arrestatie ontsnapte.

Ter nagedachtenis aan zijn zus stichtte Hein van Klooster in 1947 het Jantina Henderika van Kloosterfonds met geld uit de erfenissen van een broer en zus. Het fonds financierde twee plaquettes in het Groningse Academiegebouw, met daarop de namen van leden van de academische gemeenschap die door het oorlogsgeweld waren omgekomen. Bovendien keert het fonds, dat beheerd wordt door het Groninger Universiteitsfonds, beurzen uit aan vrouwelijke studenten.

Archivalia

  • Letterkundig Museum, Den Haag: Brieven van en aan Uitgeverij De Spieghel.
  • Voor een volledig overzicht, zie Inge de Wilde, Uitgeverij De Spieghel, 86-7.

Publicatie

Moderne Amerikaansche letterkunde. Edith Wharton (z.p. 1924) [proefschrift].

Literatuur

  • Inge de Wilde, ‘De dames van De Spieghel. Over de uitgeefsters Tine van Klooster en Koos Schregardus’, Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis 12 (2005) 145-159.
  • Inge de Wilde, Uitgeverij De Spieghel. Over de uitgeefsters Tine van Klooster en Koos Schregardus (Eelde 2005).

Illustratie

Tine van Klooster, door onbekende fotograaf, ongedateerd (particuliere collectie).

 

Auteur: Inge de Wilde

laatst gewijzigd: 11/10/2016