Baanders, Martina (1890-1971)

 
English | Nederlands

BAANDERS, Martina (geb. Amsterdam 4-8-1890 – gest. Maarssen 24-11-1971), grafisch vormgeefster. Dochter van Hermanus Hendrikus Baanders (1849-1905), architect, en Lena van den Berg (1848-1914). Tine Baanders bleef ongehuwd.

Tine Baanders groeide op als jongste van acht in het gezin van de Amsterdamse architect Herman Baanders en Lena van den Berg. Na de lagere school bezocht Tine de Kunstnijverheidteekenschool Quellinus (1906-1909), waar ze zich bekwaamde in decoratief-tekenen, natuurtekenen en lithografie. Bij haar eindexamen ontving zij een zilveren medaille. Ter voorbereiding op het toelatingsexamen tot de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam nam ze privélessen. Tegelijk volgde ze een cursus boekbinden op de Dagteeken- en Kunstambachtschool voor Meisjes. Ze kreeg rond 1910 ook haar eerste opdrachten, onder meer van drukkerij Senefelder en meubelmakerij Proost.

Sierkunstenares

Van mei 1911 tot juli 1912 verbleef Tine Baanders met haar vriendin Cateau Berlage, dochter van architect H.P. Berlage, in Zürich voor een cursus aan de Kunstgewerbeschule, waar Tine zich toelegde op boekbinden en lithografie. Hier had ze ook haar eerste baan, bij het grafisch bedrijf Wolfensberger, waarvoor ze bedrijfsdrukwerk ontwierp. Terug in Nederland vestigde ze zich als zelfstandig ontwerpster en slaagde ze voor het toelatingsexamen voor de Rijksakademie, waar ze tot 1917 teken- en schilderklassen volgde. Aansluitend trad ze toe tot de Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst (VANK), een beroepsorganisatie waarin ze ook verschillende functies vervulde.

In haar opleidingstijd werd Tine Baanders financieel gesteund door haar broers Herman en Jan, die het architectenbureau van hun vader voortzetten. Later ontving ze ook opdrachten van dit bureau. Als vrijgevestigd grafisch ontwerpster begon ze boekomslagen te maken voor onder meer de uitgeverijen H.P. Leopold, Nijgh & Van Ditmar, Meulenhoff en De Spieghel. Met Tine van Klooster en Koos Schregardus, eigenaressen van De Spieghel, raakte ze ook bevriend. Baanders’ affiniteit met de vrouwenbeweging bleek uit haar inzending voor de afdeling Toegepaste Kunst van de tentoonstelling ‘De vrouw 1813-1913’ en uit haar hulp bij de ‘graphische bewerking der statistieken’ voor de tentoonstelling. In 1917 maakte ze de decoratie van de wanden van het gemeenschapshuis in tuindorp Heijplaat in Rotterdam. Van haar hand is ook het ontwerp van het handtekeningenboek dat in 1919 aan Aletta H. Jacobs werd aangeboden ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. In het bevolkingsregister stond ze als ‘sierkunstenares’.

Vanaf 1919 was Tine Baanders als lerares boekbinden werkzaam op haar vroegere school, de Dagteeken- en Kunstambachtschool voor Meisjes. Zij werd er tegelijk artistiek leidster van de afdeling grafische vakken, boekbinden en kalligrafie en ontwierp briefpapier en uitnodigingen voor een open dag. Ze bleef aan de School verbonden toen deze na een fusie in 1924 met andere instellingen het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs werd. Van 1924 tot 1938 onderwees zij er het vak boekbinden en vanaf 1939 ‘letterschrijven’ (kalligrafie). Deze deeltijdbetrekking combineerde ze met haar werk als zelfstandig ontwerpster.

Ontwerpen, boekbinden en kalligrafie

Voor het Stedelijk Museum maakte Tine Baanders het affiche voor de ‘Amsterdamsche tentoonstelling van woninginrichting’ (1921) en een op perkament gebatikte oorkonde voor de openstelling van de kunstnijverheidsafdeling. Voor Wendingen, het orgaan van het architectuurgenootschap Architectura et Amicitia, ontwierp zij tussen 1924 en 1929 vier keer een omslag, en voor papiergroothandel G.H. Bührmann ontwierp ze tussen 1925 en 1940 papiermerken, ‘artistieke briefkaarten’ en verpakkingsmateriaal. Drukkerij Tirion en uitgeverij Bruna vroegen haar voor kalender-ontwerpen en tussen 1926 en 1936 behoorde ook de gemeente Amsterdam tot haar opdrachtgevers, onder andere voor de omslag van een leerlingenboek van het Meisjeslyceum. Ook internationaal kreeg Baanders bekendheid. Zo was zij in 1925 met werk vertegenwoordigd op de ‘Exposition internationale des arts décoratifs et industriels modernes’ in Parijs.

Lange tijd woonde Tine Baanders in Amsterdam, aanvankelijk onder andere op kamers aan de Keizersgracht (nr. 810) en vanaf 1934 in een woning in een door Herman en Jan gebouwd huizenblok op de Zuider Amstellaan (thans: Rooseveltlaan, nr. 127-3 hoog), met een daklicht dat de ruimte als atelier geschikt maakte. Ze had veel contacten in kunstenaarskringen. Zo was ze bevriend met het schildersechtpaar Else Berg en Mommie Schwarz, de danseres Gertrud Leistikov, de ‘Amsterdamse joffer’ Lizzy Ansingh, schrijfster Jeanne van Schaik-Willing en de Amsterdamse School-architecten, met name Michel de Klerk en Piet Kramer. Contact onderhield ze ook met Arthur van Schendel – voor wie ze boekomslagen ontwierp – en en met dichter Adriaan Roland Holst en diens oom Richard. Vanaf 1923 had Tine een relatie met de schilderes Hermana Carolina (Teun) Timmners en vanaf 1934 met de Duitse schilderes Dora Castell. Ook de gemeentearchivaris van Amersfoort, mr. Louise G.A. Bolleman behoorde tot haar intimi. Met Teun Timmner en andere vriendinnen maakte Tine vanaf eind jaren twintig lange autoreizen door Europa in lichte sportwagens, wat in die tijd voor vrouwen nog ongebruikelijk was.

Begin 1940 verhuisde Tine Baanders naar het huis ‘Vrede-Rust’ aan de Binnenweg (nr. 10) in Baambrugge, waar zij in de oorlog enkele onderduikers had en voor onderduikers bemiddelde. Zij speelde een rol in het kunstenaarsverzet door haar medewerking aan de illegale publicatie Cor van Teeseling 1915-1942 (De Spieghel Amsterdam 1943).

Op de in 1946 geopende Academie voor Kunst en Industrie (AKI) in Enschede doceerde Tine Baanders van 1949 tot 1953 het vak kalligrafie. Later was ze daar een van de leidinggevenden aan de afdeling Publiciteit, waar les werd gegeven in reclame, illustratie, typografie en fotografie. Bij haar pensioen in 1955 stelde ze aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam de – later naar haar genoemde – prijs in voor aanstormend talent. Tot haar 78ste bleef Tine Baanders wonen in Baambrugge. Haar laatste jaren verbleef ze in een particulier verpleeghuis in Maarssen, waar ze op 24 november 1971 overleed.

Reputatie

Tine Baanders was een veelzijdig ontwerpster en een flamboyante persoonlijkheid. Als enige vrouw werkte ze mee aan het tijdschrift Wendingen. Met Fré Cohen was ze een van de weinige grafische kunstenaressen die in het interbellum succes hadden, zowel landelijk als internationaal. Vooral met haar – zakelijke – ontwerpen van boekomslagen en tentoonstellingen maakte ze naam. Ze werkte in opdracht van belangrijke uitgeverijen, organisaties en musea. In 2015 wijdde Museum Het Schip een tentoonstelling aan haar werk, en leven onder de titel: Ferm, kloek & eerlijk.

Naslagwerken

Groot; Scheen.

Archivalia

Particuliere collectie A. Baanders, Den Haag.

Literatuur

  • Joël Valk, ‘Tine Baanders en haar boekontwerpen’ (scriptie Vrije Universiteit Amsterdam 2003).
  • Inge de Wilde, De dames van De Spieghel. Over de uitgeefsters Tine van Klooster en Koos Schregardus (Eelde 2005).
  • Helen Metzelaar, ‘“Ferm, kloek & eerlijk”. Tine Baanders, grafisch vormgever uit de Amsterdamse School”, De Boekenwereld 31 (2015) nr. 1, 46-51.

Illustraties

Tine Baanders, door onbekende fotograaf, ongedateerd (collectie auteur).

Auteur: Inge de Wilde

laatst gewijzigd: 01/07/2017