Registers van de Hollandse grafelijkheid 1299-1345

 
English | Nederlands
A UT_K_X022r_088_1 B UT_G_X017v_088_1

A: AGH 402 (klein register Utrecht), f. 22r, nr. 86 (1326 juni 18-sept. 29, naar onbekend voorbeeld).
B: AGH 401 (groot register Utrecht), f. 17v, nr. 87 (wrs. 1336 mrt. 14-ca.1340 mrt., naar A).
Opschrift:

Eisdem de eodem.a

Deze tekst heeft het contemporaine volgnummer LXXXVII, maar is in de moderne nummering overgeslagen, ten gevolge waarvan deze hierna één eenheid achterloopt bij de oude nummers.

Editie/regest: Van Mieris, ChHZ II, p. 50-51, de gehele oorkonde. – Berkelbach van der Sprenkel, Regesten, p. 22, nr. 57.

Deze notitie behelst een klein gedeelte van de oorspronkelijke oorkonde van bisschop Gwijde voor de stad Utrecht, welke in de passage int eirste ... weder zegghen blijkbaar letterlijk wordt aangehaald. – Voor de door rooms-koning Willem aan de burgers van Utrecht gegeven oorkonde, waarin hij hun het ius de non evocando verleende, zie het voorafgaande nr. UT 86; vgl. voorts de bevestiging door graaf Willem III in nr. UT 87.

Bi bisscop Ghyen ghegheven eweliken te dueren: int eirste dat b onse stat van Utrecht houden zullen alsulke brieve als zi hebben van keyser of van Roemskenc coninghen, ende te voirsten dien brief died zi hebben van onsen oem den koning Willaeme ende betoghen moghen, sonder enich weder zegghen.

Ghegheven int jaer ons Heren M° CCC° ende vive des sonnendaghes na sinte Martijnsf daghe te Vredeland.

a
nl. aan de burgers van Utrecht, betreffende hun ius de non evocando, genoemd in het voorafgaande nr. UT 86 B.
b
blijkens de editie in ChHZ staat in de oorspronkelijke oorkonde hier het woord wi.
c
Roemken B.
d
dien B.
e
Will. AB; volgorde: coninch Willaem onzen oem B.
f
Mathijs, waarboven een andere hand Martijns heeft geschreven B.
Oorkonder: bisschop Gwijde van Utrecht
Destinataris: stad Utrecht