Verzekeringsfondsen

 
English | Nederlands

Amsterdamsche Sociƫteit 'Voorzorg'

Gegegevens

Naam Amsterdamsche Sociƫteit 'Voorzorg'
Plaats Amsterdam
Provincie Noord-Holland
Aard onderling
Datum 1836-1902 (fusie)
Jaar van oprichting 1836
Bestaansduur > 50 jaar
Fusiedatum 1902
Fusieresultaat Nederlandsche Verzekering Maatschappij tot uitkering gedurende het leven of bij overlijden
Splitsingsdatum 1902
Resultaat van splitsing over naar Burger Ziekenfonds
Ziekengeld ja
Ziektekosten ja
Begrafenisgeld ja
Leden
Jaar Aantal
1842 1112
1850 1610
1851 1645
1852 1636
1854 1644
1855 1608
1859 1976
1863 2100
1865 2475
1870 2749
1875 2950
1876 2978
1877 2989
1880 3092
1898 2290
Tekst

Amsterdamsche sociëteit `Voorzorg'. 1836-1902 opgelost in Nederlandsche Verzekering Maatschappij tot uitkering gedurende het leven of bij overlijden, die in 1919 omgedoopt werd tot `De Nederlandsche van 1894*

Opgericht: 1 aug. 1836 door P. Peters en J. Chr. Richter, Anjeliergr. 126, geëmployeerde bij de ontvang en betaalkas. 1853 P. Peters, Anjeliersgracht NZ tussen 1e en 2e Dwarsstraat. Hij vroeg goedkeuring van departement aan, hetgeen niet nodig was. Peters zegt zich te hebben laten inspireren door het Haagse Voorzorg (BiZa, inv. 466, 16 okt. 1841, 70; zie ook `Tot Aller Heil').

Opheffing: ziekenfonds, NMG-rapport, 418, deelt mee, dat het fonds door een boycot van de medici in 1903 werd opgeheven, nadat bij het overlijden van de directeur diens zoon, een medicus, als directeur was opgetreden. Volgens Vox Medicorum 3 (1903) 107/8 ging het ziekenfondsdeel over naar het Burger Ziekenfonds.

Opheffing begrafenisfonds: S. 427 meldt Nederlanden van 1894. Dit is S. NV 439, die in 1919 wordt omgezet in De Nederlandsche van 1894. NEHA bijzondere collecties. In 1937 ging deze op in Vesta Maatschappij van Levensverzekering NV. Volgens Verzekeringskamer lijst oude fondsen komt deze uiteindelijk in de RVS terecht.

Aard: reglementswijziging door directie maar met instemming van de 8 oudste mannelijke leden.

Voorzieningen: geneeskundige hulp; ziekengeld ƒ3,50; begrafenisgeld ƒ70, waarbij aanvullende verzekering mogelijk is. Begrafenisgeld daalt met de leeftijd tot minimaal ƒ30. Indeling naar klassen afhankelijk van het verstrekkingenpakket. In ziekenfondsrapport vermeld, dat na 6 maanden lid ook uitkering van ƒ3,- bij bevalling plaats vindt.

Leden: 1842 1112; mrt. 1850 1610 en 575; 1851 1645; 1852 1636; 1854 1644; 1855 1608; 1859 1976; 1863 2100; 1865 2475; 1870 2749; 1875 2950; 1876 2978; 1877 2989; 1880 3092; ±1890 1000-5000; 1 jan. 1898 2290 (inclusief geschat 1454 kinderen totaal 3744).

Contributie: trekkend 20 cent; niet trekkend 15 cent; buitengewone bediening 20 cent. Kinderen tot 18 jaar meeverzekerd als beide ouders lid zijn. Bij meer dan 6 kinderen 5 cent extra. 1842 idem.

Kapitaal: 1898 geen maatschappelijk kapitaal; reserve ƒ7000 belegd in Z-H Spoorwegmaatschappij en in NWS 3%.

Bijzonderheden: de sociëteit geeft zowel extra als gewone bediening. Contributie wordt opgehaald. De leden van de sociëteit konden ook deelnemen aan het weduwenfonds.

Bronnen: Begin jaren vijftig in Armverslag; GAA; S. 427, 1836-opgelost in 1902 in de Nederlanden van 1894*; Begrafenisrapport Nut, 21; Ziekenfondsrapport Nut, 17; Ziekenfondsrapport Amsterdam, 57 ev; departementale lijst; NMG-rapport, 418; Calisch, 42.