Blogs en ander nieuws over De Witt

Tijdens het werk aan de brieven van Johan de Witt komen we vaak bijzondere zaken tegen. Dat kunnen noemenswaardige personen zijn, vreemde voorvallen, persoonlijke voorvallen, opvallende materiële zaken, enzovoort. Vooruitlopend op de openstelling van het Johan de Witt-archief door het Nationaal Archief, zullen we hiervan via blogs en tweets (@JohandewittNL) melding maken.

De minuten van Johan de Witt

In het Nationaal Archief worden zo'n twintig bijzonder 'lijvige folianten' bewaard, die tezamen de minuten van Johan de Witt bevatten. Ze bestrijken de jaren dat De Witt raadpensionaris was van Holland (1653-1672).(1) Het zijn de per jaar op volgorde van verzending verzamelde conceptversies van de brieven die De Witt schreef aan de talrijke mensen met wie hij correspondeerde. Klerken schreven deze minuten over in 'het net', waarna dat als brief werd verzonden, zodat De Witt altijd zijn eigen woorden behield. De brieven werden naderhand gebonden in de boeken die we nu de minuten van Johan de Witt noemen. Deze verzameling behoort tot de officiële correspondentie van de raadpensionaris; we mogen ons gelukkig prijzen dat ze zo volledig bewaard zijn gebleven.

Onlangs zei Nationaal Archief-directeur Marens Engelhard: "Iets bewaren heeft alleen maar zin als het kan worden gelezen en gebruikt".(2) Het probleem met de minuten van De Witt is dat ze al jaren slecht raadpleegbaar zijn. Niet alleen omdat een gedeelte in restauratie is, maar ook omdat er nooit een volledige inventarisatie is gepubliceerd van alle minuten. Ze zijn goed beschouwd niet ontsloten. Onderzoekers ontbreekt het aan gegevens over de brieven om te bepalen of een minuut voor hun onderzoek van waarde is. Aan wie schreef De Witt? Op welke datum? Van waar? In welke taal? Waar was het een antwoord op? Voordat de minuten gelezen en gebruikt kunnen worden, moet men op zijn minst al deze gegevens (metadata) in kaart brengen.

Een gedeelte van de minuten is in het verleden wél gepubliceerd. Al in de achttiende eeuw maakte Scheurleer er (vermoedelijk via afschriften(3)) gebruik van bij zijn publicatie van de briefwisselingen van Johan de Witt.(4) De focus bij deze thematisch naar persoon geordende uitgaven lag bij de diplomatieke correspondentie, en is daardoor per definitie onvolledig, des te meer omdat de uitgaven niet verder gaan dan 1669.

De historicus Robert Fruin (1823-1899) heeft een deel van de minuten overgeschreven en samengevat voor eigen gebruik. Hij beperkte zich tot de brieven die hij van belang achtte, meestal vanuit het oogpunt van staatsbelang. Al te persoonlijke brieven werden overgeslagen. Na Fruins dood probeerden G.W. Kernkamp (1864-1943) en daarna N. Japikse (1872-1944) in respectievelijk 1906 en 1909 als bewerkers van de excerpten van Fruin, dit euvel te verhelpen door vollediger te zijn. Maar nog steeds moesten er, vanwege de dikte van de uitgaven, keuzes worden gemaakt. Van de duizenden minuten is slechts een gedeelte in Brieven van Johan de Witt terechtgekomen.(5)

minuut minuut

Voorbeeld van voor- en achterzijde van een ongeïnventariseerde en ongepubliceerde minuut.
Een minuut van een brief van 16 januari 1654 aan Amelie van Brederode, barones van Slavata, vanuit Den Haag verzonden en in het Frans gesteld. Deze minuten zijn binnenkort opvraagbaar bij het Nationaal Archief, inv.nr. 3.01.17, 2645.

In 2005 publiceerde Luc Panhuysen De ware vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt (6). Voor zijn boek maakte Panhuysen dankbaar gebruik van een inventarisatie van de minuten die in de jaren ervoor door Jaap de Haan is gemaakt. Aan de hand van deze lijst pikte Panhuysen de brieven eruit die hij voor zijn biografie van belang achtte. Helaas is de inventarisatie van De Haan nooit gepubliceerd, maar komt deze nu voor dit project beschikbaar.

Om ervoor te kunnen zorgen dat in de toekomst de minuten 'worden gelezen en gebruikt' zal er eerst een volledig en adequaat bestand van alle minuten moeten worden gemaakt, met gegevens over datum, correspondent, plaats van verzending, etc. Met de huidige mogelijkheden die internet ons biedt is het niet meer noodzakelijk om een keuze te maken in de minuten, zoveel ruimte nemen bits niet in. De big data maken het toekomstige onderzoekers mogelijk om geavanceerd in de minuten te zoeken en ze op allerlei manieren te rangschikken, zoals dat bijvoorbeeld tegenwoordig kan bij de briefwisseling van Constantijn Huygens.(7)

Wanneer vervolgens de minuten worden gescand en gekoppeld aan de metadata zal er online een uniek corpus brieven beschikbaar komen dat één van de interessantste perioden uit de Nederlandse geschiedenis beslaat. Het uur is aangebroken dat na zo'n 345 jaar de minuten eindelijk voor iedereen te lezen zijn.(8)

Jean-Marc van Tol, 10 januari 2017