Broese van Groenou, Emilia (1876-1966)

 
English | Nederlands

BROESE van GROENOU, Emilia (geb. Breda 28-8-1876 – gest. Den Haag 18-3-1966), feministe, vredesactiviste en onderwijshervormster. Dochter van Wolter Broese van Groenou (1842-1924) militair en fabrieksdirecteur, en Jeannetta Emilia Wieseman (1854-1931). Emilia Broese van Groenou trouwde op 1-7-1909 in Den Haag met Johan Willem Georg Coops (1873-1951), rijksambtenaar. Uit dit huwelijk werden 3 dochters geboren.

Miel Broese van Groenou werd geboren als tweede dochter in een gezin van zeven kinderen. Haar vader diende van 1863 tot 1878 in het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL) en werd daarna directeur van de suikeronderneming Tandjong Tirto (bij Jogjakarta). Vanaf 1883 ging Miel met Mien, haar één jaar oudere zus, naar Den Haag om daar de lagere school te bezoeken. Rond 1890 kwam ook de rest van het gezin uit Indië naar Den Haag – vader Broese bleef daarvandaan leiding geven aan de suikerfabriek op Java. Wolter Broese was een progressief liberaal die zich inzette voor het vrouwenkiesrecht en de wereldvrede. Hij vond het vanzelfsprekend dat ook zijn dochters een beroep leerden.

In 1895 behaalde Miel de lo-akte en hierna volgde ze een zangopleiding aan de Koninklijke Haagsche Muziekschool. In deze tijd maakte ze met haar zuster Suzanna (‘San’) Broese van Groenou (1878-1967) haar zangdebuut op een liefdadigheidsconcert in het Italiaanse Toscolano. Van circa 1899 tot 1901 namen de zusters zanglessen in Milaan bij Silvia Della Valle-Montaguti en aan de Opernschule en Stern’sches Konservatorium in Berlijn.

Vrouwenkiesrecht

Aan het Congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht, in 1908 gehouden in het Amsterdamse Concertgebouw, doneerde de familie Broese zeshonderd gulden waarmee de reis- en verblijfkosten van buitenlandse gasten betaald konden worden. Mien en Miel Broese woonden het congres bij en organiseerden tea-party’s om ‘onverschilligen’voor het vrouwenkiesrecht te winnen. Op het Congres maakte Miel Broese kennis met Aletta Jacobs, het begin van een levenslange vriendschap. Voor Aletta Jacobs was de vriendschap met de Broeses van groot belang: in haar Herinneringen (1924) schrijft ze dat ze zich aan hen ‘meer gehecht gevoelde dan aan menig eigen familielid’ (308).

Na het congres raakte Miel Broese van Groenou actief betrokken bij de strijd voor het vrouwenkiesrecht. In 1909 werd zij bestuurslid van de Haagse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en zij woonde in de jaren daarna Internationale congressen van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht bij. In datzelfde jaar 1909 trouwde ze met Johan Willem Georg Coops, ambtenaar op het Ministerie van Waterstaat, met wie zij drie dochters kreeg: Milisa (1912), Thea (1916) en Aletta Henriëtte (1921), petekind van Aletta H. Jacobs. Het gezin woonde aanvankelijk op de Haagse Van Lennepweg (nr. 34), dat in 1908 was gebouwd door Miels broer Dolf (1880-1961), en vanaf het najaar 1917 in de Ten Hovestraat (nr. 45) in Den Haag. Het huwelijk van Miel betekende het einde van haar zangcarrière. Wel bleef ze zanglessen geven en een enkele maal verleende ze met zus San nog medewerking aan benefietconcerten. Zo vertolkten ze in 1919 duetten van Dvořák en Rossini op een propagandavond voor de Ancient Order of Foresters, een op charitatief werk gerichte broederschap.

Van 28 april tot 1 mei 1915 kwam op initiatief van Aletta Jacobs in Den Haag een Internationaal Vrouwen Vredescongres bijeen, waarvoor Miel en twee van haar zusters organisatorisch werk verrichtten. Zelf verleenden ze onderdak aan de deelneemsters van het congres. Zij maakte daar kennis met de Hongaarse zusters Rosika en Franciska Schwimmer, met wie zij contact bleef houden, ook nadat Aletta Jacobs met de Schwimmers gebrouilleerd was geraakt. Na de komst van het communistisch regime in Hongarije hielp het echtpaar Coops de zusters Schwimmer bij hun vlucht via Nederland naar de Verenigde Staten. Miel Coops-Broese sloot zich aan bij de uit de conferentie voortgekomen Women’s International League for Peace and Freedom (WILPF).

Montessori en Esperanto

Miel Coops-Broese van Groenou werd een warm voorstandster van het onderwijssysteem van Maria Montessori. In de tuinkamer van Hejmo Nia (Esperanto voor ‘Ons Huis’), de eveneens door Dolf Broese voor haar ouders gebouwde villa aan de Parkweg (nr. 9a), startte Miel Coops-Broese in 1914 het eerste Montessori-klasje in Nederland. Haar man werd bestuurslid van de Vereeniging Montessori School (VMS) en zijzelf trad toe tot het bestuur van de Haagse afdeling van de VMS.

Van 1918 tot 1928 was Miel Coops-Broese eerste secretaresse van de Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid, een organisatie die streefde naar betere en ruimere arbeidsmogelijkheden voor vrouwen. In september 1919 zong zij op een feestdag van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht het door Anna Lambrechts-Vos getoonzette gedicht ‘Oproep’ van H.W.B. van Itallie-van Embden. In mei 1923 was Miel met haar zuster Mien en Aletta Jacobs aanwezig op het congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht in Rome. Later dat jaar vertrok ze voor korte tijd naar Genève voor de verzorging van de zieke Anna Maccheroni, een medewerkster van Maria Montessori.

Steeds meer neigde Miel Coops-Broese naar het socialisme, waarbij zij zich liet inspireren door Henriette Roland Holst, Ferdinand Domela Nieuwenhuis en Gandhi. Zij voelde zich ook thuis bij Christensocialisten. Ook leerde zij Esperanto en werd lid van het Nederlands Comité van het Internacia Cseh Instituto de Esperanto. In haar idealisme zag Miel de Russische Revolutie aanvankelijk als een hoopvolle ontwikkeling en in die lijn past ook haar gift in 1921 aan Clara Wichmann voor De Vrije Communist, maandblad van de Bond van Religieuze Anarcho-Communisten.

Ook voor het Montessori-onderwijs bleef Miel Coops-Broese zich inzetten. Op 7 april 1931 trad zij af omdat haar medebestuursleden een ongehuwde onderwijzeres wilden benoemen in plaats van een bij de school al goed bekend staande, gehuwde leerkracht. Toch bleef zij betrokken bij het Montessorionderwijs en onderhield ze een levenslange vriendschap met Jo Prins-Werker, de eerste Montessori-onderwijzeres in Nederland. Het echtpaar Coops steunde ook de Russische anarchiste Emma Goldman, die in veel landen tot ongewenst vreemdeling was verklaard, maar in huize Coops in 1933 gastvrij werd ontvangen. In de oorlog woonde het gezin Coops in het huis van Miels ouders aan de Parkweg.

Miel Coops-Broese van Groenou overleed op 18 maart 1966. Na de crematie werd haar urn bijgezet in het mausoleum van de familie op het familielandgoed Groenouwe te Loenen op de Veluwe.

Gerechtigheid

Miel Coops-Broese van Groenou werd vooral bekend als degeen die het eerste Montessoriklasje in Nederland startte. Daarnaast was zij vooral een vredesactiviste. Talloos waren de vredesinitiatieven die zij ondersteunde. In 1947 antwoordde zij op een vraag van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging in Amsterdam naar de doeleinden die ze nastreefde: ‘Gerechtigheid in elk opzicht, zowel politiek, als economisch en zedelijk’.

Archivalia

  • Atria, Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging te Amsterdam, archief Emilia Broese van Groenou (1909-1953) en ‘veteranendoos’ (1947).
  • Haags Gemeentearchief, Archief van de familie Broese van Groenou en aanverwanten (1658) 1741-2002.

Literatuur

  • Inge de Wilde (Inleiding en samenstelling), ‘Er is nog zooveel te doen op de wereld’. Brieven van Aletta H. Jacobs aan de familie Broese van Groenou (Zutphen 1992).
  • Inge de Wilde, De familie Broese van Groenou. Haagse idealisten (Den Haag 2002) [ook verschenen in een vertaling van Jane Schiff en Suzette de Cockborne: The Broese van Groenou Family. Hague idealists (Den Haag 2002)].

Illustratie

Foto door onbekende fotograaf, ca. 1915 (particulier bezit).

Auteur: Inge de Wilde

laatst gewijzigd: 15/08/2017