Oosting, Adriana Johanna Wilhelmina Bieruma (1898-1994)

 
English | Nederlands

OOSTING, Adriana Johanna Wilhelmina BIERUMA, ook bekend als Jeanne Oosting (geb. Leeuwarden, 5-2-1898 – gest. Almen 14-7-1994), schilderes, grafisch kunstenares. Dochter van Jan Bieruma Oosting (1870-1936), jurist, en Adriana Jancke barones van Harinxma thoe Slooten (1873-1954). Jeanne Bieruma Oosting bleef ongehuwd.

Jeanne Bieruma Oosting werd geboren in Leeuwarden, waar haar vader, afkomstig uit een Fries patriciërsgeslacht, toen werkte als advocaat. Haar moeder stamde uit een Friese adellijke familie. Jeanne had een één jaar jongere zuster (Cornelia). Toen ze negen was, verhuisde het gezin naar landgoed De Cloese bij Lochem, waar in 1909 nakomertje Hans werd geboren. In het gezin gold Jeanne als een buitenbeentje omdat ze ongeorganiseerd en druk was. Ze was veel buiten, in de omgeving van De Cloese en ’s zomers op het landgoed van haar grootvader in Beetsterzwaag, en ontwikkelde zo een voorliefde voor dieren en planten. Jeanne kreeg thuis onderwijs en had pianoles. Ze tekende veel en begon op haar zestiende met schilderles. Daarmee werd de kiem gelegd voor haar latere loopbaan.

Opleiding

In 1917 vertrok Jeanne Bieruma Oosting naar Bloemendaal en niet lang daarna naar Haarlem om daar haar artistieke ambities na te jagen – haar vader bleef zich daar tot zijn dood tegen verzetten. Ze kreeg tekenles van Frits Grabijn, bij hem thuis en op de Haarlemse School voor Kunstnijverheid, waar ze eveneens graveerlessen volgde bij Samuel Jessurun de Mesquita, en ze werd lid van kunstenaarsvereniging Kunst zij ons Doel. Begin 1920 nam ze schilderles bij Albert Roelofs en Willem van Konijnenburg in Den Haag, waar ze ook drie jaar op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten zat. Daarna werkte ze nog anderhalf jaar in een eigen atelier in Den Haag. Bieruma Oosting sloot zich in deze Haagse jaren aan bij kunstenaarsverenigingen als Pulchri Studio in Den Haag en De Onafhankelijken in Amsterdam. Vanaf 1927 schreef ze artikelen voor kunsttijdschrift De Delver – in 1929 trad ze ook toe tot de redactie. Bij de kunstenaarsverenigingen en in galeries exposeerde ze haar tekeningen, gravures en schilderijen. Haar favoriete onderwerpen waren landschappen, portretten, stadsgezichten, voorstellingen van dieren en stillevens. Ook maakte ze ex librissen.

Parijse jaren

In 1929 vestigde Oosting – zoals ze vanaf die tijd meestal signeerde – zich op aanraden van haar vriendin Charlotte van Pallandt in Parijs. Daar bezocht ze onder andere de schilderacademie van André Lhote en volgde ze lessen in kunstgeschiedenis en anatomie op de École des Beaux Arts. Het belangrijkst voor haar ontwikkeling waren echter de lessen in Atelier 17 van Stanley Hayter, een vernieuwer in de grafische kunsten, en John Buckland Wright, specialist in houtgravures en -sneden. Oostings grafische werk uit deze tijd – series zoals Visions et fantômes en Rêves et réalités, en beelden van de zelfkant van het Parijse (nacht)leven – is vaak dramatisch van sfeer en heeft een romantische en lyrische, maar ook een groteske en macabere kant.

Ook in Parijs exposeerde Oosting regelmatig in galeries en bij de kunstenaarsverenigingen waarvan ze lid was, zoals de Union des Femmes Peintres et Sculpteurs en de Salon d'Automne. In 1937 won ze op de Wereldtentoonstelling met een van haar schilderijen de bronzen medaille van de stad Parijs. Jeanne Oosting had een grote vrienden- en kennissenkring in Parijs, onder wie de Nederlandse schilders Conrad Kickert en Kees van Dongen. Zij ontmoette kunstenaars als Picasso, Rouault en Bonnard. Af en toe maakte ze reizen door Europa met vrienden, zoals met beeldhouwster Gra Rueb. Met Nederland hield ze wel contact: ze exposeerde er, schreef nog voor De Delver en bracht de zomers vaak door bij haar familie – van wie ze nog steeds financieel afhankelijk was.

Actief

In oktober 1940 keerde Jeanne Oosting voorgoed terug naar Nederland: ze vestigde zich aan de Prinsengracht in Amsterdam. Gedurende de oorlogsjaren werkte ze door, buiten de Kultuurkamer om. Ze schilderde en maakte veel grafiek – losse bladen, maar bijvoorbeeld ook boekillustraties. In 1943 verschenen prenten van haar hand in een clandestiene uitgave van vijf gedichten uit Baudelaires Les Fleurs du Mal. De hongerwinter en de eerste maanden na de oorlog bracht zij door bij haar moeder in Friesland. Na de bevrijding deed Oosting mee aan de tentoonstelling Kunst in vrijheid in het Rijksmuseum en leverde ze twaalf etsen ter illustratie van een bundel fabels van Lafontaine. In 1948 – ze verhuisde dat jaar naar de Herengracht – richtte Oosting met onder anderen Maaike Braat en Ro Mogendorff de vrouwelijke kunstenaarsvereniging De Zeester op. Voorts werd ze in de loop der jaren lid van onder meer De Hollandse Aquarellistenkring, de Nederlandse Kring van Grafici en Tekenaars, Arti et Amicitiae en De Muiderkring.

Haar zomers bracht Oosting vanaf 1955 meestal door in villa Het Elger in Almen (Achterhoek), die ze na de dood van haar moeder had gekocht. Hier ontving ze vrienden als Adriaan Roland Holst, Charlotte van Pallandt en Kees Verwey. Ze maakte reizen naar onder andere Spanje, de Verenigde Staten, Marokko en Rusland, en ging frequent terug naar Parijs om in het atelier van Hayter haar techniek op te halen. Vanaf 1959 woonde en werkte Oosting in Amsterdam aan het Oosterpark, eerst op nummer 31 en vanaf 1964 op nummer 76. Ze ging regelmatig naar toneel- en muziekuitvoeringen, speelde goed piano en publiceerde in kranten en tijdschriften kunstbeschouwingen, in memoriams en versjes. Ook schreef ze veel brieven. Zo correspondeerde ze jarenlang met de dichteres Ida Gerhardt.

Jeanne Bieruma Oosting exposeerde en werkte door tot op hoge leeftijd. Zij stierf op 14 juli 1994 in Almen, 96 jaar oud.

Betekenis

Jeanne Oosting was een energieke en uitgesproken persoonlijkheid. Wars van stromingen en stijlen bleef ze altijd figuratief werken. Ze beeldde af wat ze om zich heen zag: dieren, de natuur, haar interieur en haar uitzicht. Oosting kreeg grote waardering voor haar werk, hoewel haar enorme werkdrift en ongebreidelde productiviteit vooral bij haar schilderijen – meestal uitgevoerd in een min of meer impressionistische stijl – haar soms de kritiek van vluchtig werk opleverden. Veel succes had ze met haar grafiek, die in de loop der jaren meer kleur en helderheid kreeg en die soms wat gestileerder was. Ze behoorde tot de meest prominente en vernieuwende grafici van haar generatie. Na Oostings dood werd bijna haar gehele kunstcollectie, met werken van onder anderen Kees Verwey, Theresia van der Pant, Charlotte van Pallandt en Picasso, verkocht. De opbrengst ging naar de Jeanne Oosting Stichting, die jaarlijks de Jeanne Oostingprijs uitreikt. Deze door Oosting zelf ingestelde geldprijs wordt sinds 1970 toegekend ter ondersteuning van – figuratief werkende – kunstenaars.

Naslagwerken

Elck zijn waerom; Groot; Jacobs; Jacobs (2000); Nederland’s Patriciaat; Saur; Scheen; Waller.

Archivalia

  • Noord-Hollands Archief, Haarlem: Archief van de Vereeniging tot Beheer van het Museum van Kunstnijverheid en de School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten te Haarlem: Naamlijsten van de leerlingen 1905-1919.
  • Regionaal Archief, Zutphen: Collectie Ida Gerhardt (1920-2000) (brieven van Bieruma Oosting).
  • RKD, Den Haag: Archief Jeanne Bieruma Oosting (correspondentie, overzicht van lidmaatschappen, catalogi etc.) [online inventaris]. Oosting is ook te vinden in verschillende andere archieven op het RKD.

Werk

Een uitgebreide bibliografie, overzicht van tentoonstellingen en lidmaatschappen via URL http://www.artindex.nl/zuidholland/default.asp?id=6&num=0373900087003090063050217007880900501261&relt=3000&limit=no&in= [geraadpleegd 27-1-2017]. Werk van Jeanne Bieruma Oosting bevindt zich o.a. in: Rijksmuseum, Amsterdam; Stedelijk Museum, Amsterdam; Fries Museum, Leeuwarden; Gemeentemuseum, Maassluis; Museum Henriette Polak, Zutphen.

Zie verder: Den Haag, RKD; Redeker 1979 (met overzicht van door Oosting geïllustreerde boeken, literatuur en onderscheidingen).

Publicaties

Een selectie:

  • ‘Isaäc Israels’, De Delver 8 (1934-1935) 96.
  • ‘De Fransche beeldhouwers in het Stedelijke Museum te Amsterdam’, De Delver 13 (1939-1940) 1-16.
  • ‘Eenige stroomingen in de grafische kunst’, De Delver 13 (1939-1940) 81-86.
  • ‘In memoriam Lucy van Dam van Isselt’, De Groene Amsterdammer, 18-6-1949.
  • ‘Ontmoeting met Parijs na twintig jaar’, Algemeen Handelsblad, 26-6-1953.
  • ‘Van poedels, Montmartre en Montparnasse’, Algemeen Handelsblad, 27-6-1953.
  • ‘Over mijzelf’, Kroniek van Kunst en Kultuur 15 (1955) 41-42.

Literatuur

  • R.v.L., ‘Schilderkunst van heden’, deel 2, De Delver 6 (1933) 68-80, i.h.b. 70-71.
  • ‘Jeanne Bieruma Oosting zestig jaar’, De Waarheid, 6-2-1958.
  • ‘Expositie Jeanne Bieruma Oosting In Prinsentuin’ en ‘Jeanne Bieruma Oosting over zichzelf’, Leeuwarder Courant, 31-10-1962.
  • ‘Jeanne Bieruma Oosting: “Ik ben Latijn van geest en Fries van lichaam”’, De Telegraaf, 17-2-1968.
  • ‘Jeanne Bieruma Oosting Tachtig Jaar’, De Waarheid, 18-2-1978.
  • Hans Redeker, Jeanne Bieruma Oosting (Zutphen 1979).
  • ‘Hollands dagboek’, NRC Handelsblad, 13-2-1988.
  • ‘Jeanne Oosting: Ik ben met mijn laatste eitje bezig, maar ik suf niet in’, Leeuwarder Courant, 15-4-1988.
  • A.J. Vervoorn, ‘Jeanne Bieruma Oosting en de prentkunst’, Boekenpost 20-118 (2012), 42-43.
  • Website van de Jeanne Oosting Stichting [URL http://www.jeanneoostingstichting.nl/; geraadpleegd 27-1-2017].

Illustraties

  • Jeanne Bieruma Oosting, door Nico Koster, ongedateerd (Maria Austria Instituut, Amsterdam).

  • Kinderpostzegel, door Jeanne Bieruma Oosting, 1960 (Collectie voor de PTT/Museum voor Communicatie).

Auteur: Marloes Huiskamp

laatst gewijzigd: 12/07/2017