Reys, Susanna Jacoba Adriana (1880-1944)

 
English | Nederlands

REYS, Susanna Jacoba Adriana, vooral bekend onder haar pseudoniem Nannie van Wehl (geb. Den Haag 12-11-1880 – gest. Rotterdam 15-4-1944), onderwijzeres, schrijfster van jeugdboeken en publiciste. Dochter van Jacobus Hermanus Reys (1854-1913), gymnastiek- en schermleraar, en Johanna Maria Frölich (1856-1915). Susanna Reys trouwde op 2-10-1908 in Den Haag met Cornelis Marinus Lugten (1879-1957), ingenieur. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 1 zoon geboren.

Susanna Reys groeide op in het centrum van Den Haag, als oudste van vier kinderen. Hard werken en leren was het devies in het gezin. Vader Reijs had zich opgewerkt van grenadier/gymnastiekonderwijzer tot mede-oprichter van de landelijke beroepsvereniging voor heilgymnastiek (voorloper van het huidige Kon. Ned. Genootschap voor Fysiotherapie) en van een Haagse beroepsopleiding voor gymnastiek, sport en heilgymnastiek. De kinderen Reys werden gestimuleerd om door te leren, en brachten het zo tot onderwijzeres (Susanna) en pianiste (Anna), arts (Herman) en Indoloog (Rudolf).

Van onderwijzeres naar schrijfster

Na de lagere school volgde Susanna twee jaar vervolgonderwijs, waar zij Frans, Duits en Engels leerde. Daarna was ze vier jaar kwekeling op haar oude school en volgde ze ’s avonds de zogenaamde Rijksnormaallessen (de latere kweekschool). Jan Ligthart was daar haar leraar Nederlands en stimuleerde haar schijfaspiraties. Maar eerst haalde Susanna haar lo-akte, binnen enkele jaren gevolgd door de hoofdakte en de akten Frans, handwerken en gymnastiek. Belangrijk in die periode was een bezoek van Susanna aan de Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid in Den Haag (1898): ze was diep onder de indruk.

Vanaf 1901 tot 1904 gaf Susanna Reys les op Haagse lagere scholen en een kweekschool. Tegelijk leverde zij in 1901, onder de naam ‘Susanna’, haar eerste literaire bijdragen – ze verschenen in Jan Ligtharts weekblad School en Leven. Ze schreef over haar jeugd en haar leerlingen, later ook over pedagogische kwesties. Tot 1920 zou zij regelmatig bijdragen aan dit blad leveren.

In 1903 ontmoette Susanna Reys in Den Haag de ingenieur Kees Lugten, broer van een collega. Apart van elkaar verhuisden zij beiden in 1904 naar Rotterdam: Kees had er werk gevonden bij de Koninklijke Rotterdamsche Cementsteenfabriek Van Waning, Susanna werd er lerares aan een openbare school voor uitgebreid lager onderwijs (ulo) voor meisjes. Ze woonde op kamers op het Noordereiland. Deze periode, tot haar huwelijk in 1908, beschreef Susanna later als een gezegende tijd: na haar lessen was ze geheel vrij om te schrijven en eigen baas te zijn (Reyneke van Stuwe, 1916). Hoe hard ze in deze jaren gewerkt heeft, blijkt uit haar hoge productie. In 1905 verscheen De Boschjesclub, gebaseerd op haar Haagse kwekelingenjaren – nog in 1932 beleefde dit jeugdboek zijn derde druk. Tot 1908 volgden nog vijf jeugdboeken, naast ongeveer vijftig grote en kleine bijdragen aan tijdschriften als School en Leven, Nieuw Leven (voor onderwijzers en opvoeders), Eigen Haard, De Hollandsche Lelie (weekblad voor jonge dames) en Onze Meisjeswereld (tijdschrift voor meisjes van 12 tot 16). Ze durfde duidelijk stelling te nemen, al koppelde ze die meestal aan een eigen ervaring of verpakte ze die in een verhaal. Zo deed ze in 1902 in School en Leven een oproep tot betere seksuele voorlichting, onder de titel Een bijdrage tot de ooievaarskwestie in de kinderkamer. In 1907 sneed ze in het Bataviaasch Nieuwsblad in bedekte termen het heikele onderwerp van geslachtsziekten aan, en in 1909 schreef ze in het blad Europa over homoseksualiteit (‘Zonde’). Om haar identiteit voor haar leerlingen te verbergen koos ze de schrijfstersnaam Nannie van Wehl (naar een vriendin Nannie en een geliefd vakantieoord in de Achterhoek).

Susanna Reys trouwde in 1908 met Kees Lugten, die in 1910 promotie maakte – hij werd onderdirecteur van wat inmiddels de Koninklijke Rotterdamsche Beton-IJzer Maatschappij v/h Van Waning & Co heette. In 1912 werd dochter Suus geboren, in 1915 zoon Kees. Het gezin woonde eerst aan de Maashaven, maar kort na de geboorte van Suus verhuisde het naar Vijverweg (nr. 5), waar Susanna Lugten-Reys tot haar dood zou blijven wonen. Na haar trouwen was ze gedwongen geweest haar baan als lerares op te geven, maar ze bleef wel schrijven: tussen 1908 en 1922 publiceerde ze nog vijftien jeugdboeken. Thema’s zijn de kameraadschap tussen meisjes en jongens, hard werken, vooruitkomen in de wereld, leren omgaan met ziekte en dood, maar ook genieten van de natuur en het buitenleven. Vaak zijn er autobiografische elementen in terug te vinden. Het sterkst is dat in De verhalen van mijn jongen (1922). Plaats van handeling is meestal Den Haag, soms Rotterdam, zoals in Huize Labor (1910) en een enkele maal Hellevoetsluis, de plaats waar Susanna’s echtgenoot was opgegroeid: Aan den waterkant (1909).

‘Opdat zij niet inslape’

In 1913 presenteerde Susanna Lugten-Reys zich als eerste en enige redactrice van De Haagsche Vrouwenkroniek. Weekblad voor de Ontwikkelde Vrouw, een commercieel blad van uitgever N.(anne) Veenstra. Deze gewaagde stap gaf ze een aan Multatuli ontleend motto mee: ‘Opdat zij niet inslape aan haar spinnewiel’. Ze beloofde dat het blad er zou zijn voor álle vrouwen, dat het vol zou staan met letteren en kunst, toneel en muziek, huishouden en opvoeding, maatschappelijke en hygiënische vraagstukken, en alles geschreven door vrouwen en voor vrouwen. Voor haar rollen gebruikte zij opnieuw pseudoniemen. Onder vier verschillende namen schreef zij tussen 1913 en 1919 zeker 160 teksten: onder haar eigen naam Susanna Lugten-Reys, haar schrijfstersnaam Nannie van Wehl, als Mater Conata (ervaren moeder) en soms als Huisvrouw. Ook haar netwerk schakelde ze in: haar zuster Anna scheef in het blad over muziek, haar broer Herman (anoniem als H.) over vrouwen in de sport. Maar ook bekende vrouwen als Clara Wichmann, W. Itallie-van Embden, en Betsy Bakker-Nort werkten mee.

In september 1914 kondigde de uitgever aan dat mevrouw Lugten-Reys wegens ‘ongesteldheid’ de redactie enige tijd zou neer leggen. Financiële beperkingen door de uitgever speelden mee, blijkens brieven van Lugten-Reys aan Jacqueline Reyneke van Stuwe, medewerkster-toneel van het blad – laatstgenoemde nam de redactie in april 1915 van haar over en bleef het blad tot 1941 leiden. Susanna Lugten-Reys was hierna nog tot 1919 vaste medewerkster van het blad. Daarnaast leverde ze bijdragen aan diverse bladen, onder zowel haar eigen naam als haar schrijfstersnaam. In de bladen Het Kind en Gezin en School voerde ze discussies over onderwerpen als te lange reistijden naar school, het belang van huiswerk, het nut van verwennen voor wie zich dat kan veroorloven, beroepsmogelijkheden voor vrouwen en het belang van discipline. Behalve verhalen schreef zij recensies van jeugdboeken voor NRC en Algemeen Handelsblad en voor diverse bladen voor de huisvrouwen in Nederlands-Indië. Vanaf de jaren dertig schreef zij vooral voor twee soorten publiek: enerzijds voor volwassen lezers stukken over geschiedenis, huishouding en woninginrichting (in De vrouw en haar huis en Het Landhuis), anderzijds voor de jongste kinderen korte verhaaltjes in tijdschriften als Zonneschijn en een veelheid van vertelselboeken, waarvoor zij ook redactiewerk deed. Vergeefs vroeg Susanna in 1934 het lidmaatschap van de Vereniging voor Letterkundigen aan.

In totaal schreef Susanna Lugten-Reys 22 boeken en leverde ze honderden artikelen en stukjes aan tenminste 56 periodieken. Waarschijnlijk haar laatste bijdrage schreef zij voor het jubileumnummer van Het Kind, januari 1940. Enkele dagen na het bombardement op Rotterdam, niet ver van de woning van Lugten-Reys, stierf haar dochter Suus na een langdurige ziekte, met achterlating van twee jonge dochtertjes. Susanna Lugten-Reys overleed op 15 april 1944, 63 jaar oud.

Reputatie

Recensenten van de jeugdboeken van Susanna Lugten-Reys waren meestal positief over haar verhalen en vlotte pen. Soms werd haar verweten dat haar karakterbeschrijvingen wat ongeloofwaardig waren, of haar omgevingsbeschrijvingen te lang (Marie Ligthart in School en Leven, 1907). Nynke van Hichtum stelde in een bespreking van Vooruitgestuurd dat ze al te vlot schreef en te gauw tevreden was met het resultaat, terwijl zij zoveel beter zou kunnen. Over Aan den waterkant was zij echter zeer te spreken (Het Kind, 1910). In Amsterdam, Gorinchem en Leiden zijn straten naar Nannie van Wehl vernoemd.

Naslagwerken

Lexicon Jeugdliteratuur.

Archivalia

  • Haags Gemeentearchief: BS.
  • Letterkundig Museum Den Haag: brieven.

Publicaties

Overzicht van het oeuvre van Nannie van Wehl (S. Lugten-Reys) door S. Boef-van der Meulen: ‘Zij kon het schrijven niet laten…..’ [URL: https://www.atria.nl/search/collectie/book/bekijk/96692; geraadpleegd 18-6-2016].

Literatuur

  • Jacqueline Reyneke van Stuwe, ‘Bij Susanna Lugten-Reys thuis’, De Haagsche Vrouwenkroniek, 11-3-1916.
  • D.L. Daalder, Wormcruyt met suycker. Historisch-critisch overzicht van de Nederlandse kinderliteratuur (Amsterdam 1950) 119-120.
  • Marjoke Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschriften in Nederland en Vlaanderen 1757-1942. (Leiden 1995).
  • Suus Boef-van der Meulen, ‘Flink leren om later zelf haar brood te verdienen’, De School Anno 16 (1998) nr. 2.
  • Suus Boef-van der Meulen, ‘Honderd jaar geleden jong zijn in Den Haag’, Jaarboek Die Haghe (1999) 38-68.
  • Suus Boef-van der Meulen, ‘Opdat zij niet inslape aan haar spinnewiel. Susanna Lugten-Reys en de Haagsche Vrouwenkroniek’, Historica 23 (2000) nr. 1, 19-21.
  • Suus Boef-van der Meulen, ‘Van grenadier naar heilgymnast; J.H. Reijs jr. en een Haagse familielijn’, Jaarboek Die Haghe (2007) 73-108.
  • Marjan Schuddeboom, Bekend en onbekend. Een aantal biografieën van bekende en onbekende auteurs van jeugdboeken (Woerden 2007).

Illustratie

Susanna Lugten-Reys, door onbekende fotograaf, ca. 1927 (collectie auteur).

Auteur: Suus Boef-van der Meulen

 

laatst gewijzigd: 13/04/2017